dat we überhaupt bestaan

vreemd dat het onwaarschijnlijke je zo van je stuk kan brengen, denk ik nu. we weten immers dat ons hele bestaan berust op eigenaardigheden en onwaarschijnlijke toevalligheden. dat het aan deze eigenaardigheden te danken is dat we hier überhaupt zijn. dat er mensen zijn op wat we onze planeet noemen, dat we ons kunnen voortbewegen op een ronddraaiende bol in een immense kosmos vol onbegrijpelijk grote objecten met zulke kleine deeltjes, dat onze geest niet kan bevatten hoe klein en talrijk ze zijn. dat deze oneindig kleine objecten stand kunnen houden te midden van het onbegrijpelijk grote. dat we blijven zweven. dat we überhaupt bestaan. dat elk van ons één van die onmetelijk vele mogelijkheden is geworden. het ondenkbare is iets wat we de hele tijd met ons meedragen. het is al gebeurd: we lopen op aarde en zijn onwaarschijnlijk, we zijn uit een wolk van ongelofelijke toevalligheden gestapt. je zou denken dat we door dit besef een beetje toegerust waren om het onwaarschijnlijke tegemoet te treden. maar het omgekeerde is kennelijk het geval. we zijn eraan gewend geraakt zonder dat het ons iedere ochtend duizelt, en in plaats van voorzichtig en aarzelend te handelen in voortdurende verwondering, lopen we rond alsof er niets gebeurd is, nemen we de eigenaardigheid voor lief end uizelt het ons als het bestaan blijkt te zijn zoals het is: onwaarschijnlijk, onvoorspelbaar, eigenaardig. —solvej balle, over de berekening van ruimte i (uitgeverij oevers 2023, vert. adriaan van der hoeven en edith koenders), p45

—maar solvej balle's tara selter komt in een wereld terecht waar alles voorspelbaar is geworden: een schijnbaar oneindige reeks van dag op dag dezelfde dag. onwaarschijnlijk en eigenaardig. eigenlijk gaat dit boek over alles dat we zo normaal vinden, zoals ons bestaan überhaupt; zo vanzelfsprekend, tot je letterlijk niet anders kunt dan er langer over nadenken, en je tot de conclusie moet komen: het is een godswonder dat we er zijn, wij mensen; dat ik er ben, iedere ik stuk voor stuk.

en dat er heel veel meer wonderen bestaan dan alleen zijn.
wakker worden. het textuur van beddengoed. vogelzang. ochtendlicht. die ander: een samen. ontbijt. regen. wandelen. het bos. boodschappen doen. eten maken. naar muziek luisteren. een boek lezen.

(al te groot. het bestaan is nog kleiner. of het bestaan leeft, bestaat, in dat wat nog kleiner is.)

we bewegen door de dagen alsof we er wonen. tara's partner heeft niet in de gaten dat er iets mis is met de tijd: of wellicht is er alleen iets mis met tara's tijd. alsof we allemaal een eigen tijdlijn hebben, als je er over nadenkt klopt dat ook wel een beetje: we worden geboren, alleen; leven, alleen en (soms) samen; gaan dood, alleen. een begin en een einde. de dagen die elkaar opvolgen het bestaan dat uiteindelijk het leven vorm geeft. maar wat gebeurt er dan met tara als zij de enige is die doorleeft, blijft duren, terwijl de rest van de wereld dezelfde dag blijft beleven, in een soort lus terecht lijkt te zijn gekomen? 

het is een beetje alsof de zwaartekracht geen grip meer op haar heeft. er wordt keer op keer een natuurwet overtreden. maar door wie, en waarom.

(we geven onszelf de schuld van de kleinste, de grootste dingen.) 

*

ik heb het boek nog niet uit, las vanmorgen tot pagina 142.
het is hartverscheurend, zo nu en dan. de eenzaamheid. haar partner, door omstandigheden deze 18 november (de dag die zich blijft herhalen) niet op de hoogte van haar aanwezigheid, beweegt zoals iedere dag door deze dag. ze volgt hem:

thomas die de deur van geel metaal loslaat. een deur te zijn. aangeraakt te worden. en op rustige scharnieren langzaam weer terugdraaien en dichtgaan. / maar ik ben geen deur. ik ga niet dicht. ik heb geen scharnieren. er is geen enkel houvast. (p133)

het verlangen maar ook de pijn van de afstand, want zij is al 207 dagen verder in dit leven. misschien ligt het aan mij maar ik kan het me niet voorstellen, ik bedoel ik kan me voorstellen dat een mens wild en rauw wordt van de verwijdering die plaats vindt in een dergelijke situatie. maar die situatie: ik kan het me niet voorstellen.

maar misschien is het idee niet zo abstract als het lijkt.
aansluiting verliezen, contact. zorgt voor een kloof. 

maar tara leeft in het idee. 

ik vind het boek fascinerend, wat ik eigenlijk niet had verwacht, de premisse kwam iets te sci-fi op me over, maar ik kwam het voor een euro bij de kringloop tegen en kon het niet laten liggen (ook wel dankzij de mooie nederlandse cover en de interessante titel). nu kan ik nauwelijks wachten op de volgende delen (hoewel ik niet weet wanneer ik ze zal lezen want nederlandse boeken zijn onbetaalbaar geworden).

i am being

(..) i like to see people being.
     so saying she surprised herself and that seemed to bring her to vertigo. because she, by surprising herself, was being. even taking the chance that ulisses wouldn't notice, she said very quietly to him:
     —i am being...
     —what? he asked when hearing that whispered voice of lóri's.
     —nothing, it doesn't matter.
     —of course it does. would you mind saying it again?
     she grew more humble, because she'd already lost the strange and enchanted moment in which she'd been being:
     —i said to you—ulisses, i am being.
     he looked closely at her and for a moment it was strange, that familiar woman's face. he found himself strange, and understood lóri: he was being.
     they didn't say a word as if they'd just met for the first time. they were being.

clarice lispector, an apprenticeship or the book of pleasures (tr. stefan tobler, p58-59)

*

18 mei 2025

het komt aanwaaien. hier doet alles z'n ding.
why can't i just do my thing. ik weet wat het is dus why dont i

—het is hier makkelijker, omdat het denken uit gaat (uit kan).
omdat ik hier niet alleen ben. een hommel vliegt voorbij. wind trekt aan of laat gaan.
het zindert boven de akkers.

margriet klaproos witte blaassilene boterbloem naast het fietspad.

(dit is te belangrijk om los te laten
kan het niet eens los laten. het is ik of ik is alles; ik bedoel: ik ben niet ik, hier.)
(ik bedoel, dit is waaruit ik besta.)

een kikker gaat los
wind uit het oosten
een vogel verplaatst zich door het riet, zonet op een paar meter afstand van mij. weer verder gevlogen.
lichtbruin wit donkerbruin. rietgors?

een langsvliegende eend, kwakend. mallard duck.
kikker once again.

links boven een kale akker een bruine kiekendief, vallen in rondjes. op zoek naar eten.
(gistermorgen op bijna dezelfde plek het wegwerken van een buizerd, te dichtbij gekomen—nest.)

wind uit het oosten maar de windmolens wijzen noord.
stapelwolken in de verte.

twee zwanen zwemmen langs. op hun hoede maar in volle rust hun gang vervolgend.
nog meer vliegverkeer tussen het riet.

kleefkruid bloeit/ al uitgebloeid, zaden aan mijn veters.

valeriaan in bloei bij de waterkant, ik kan er niet bij (de geur..).
inkarnaatklaver langs het fietspad.
fluitenkruid nog steeds niet uitgebloeid.
gelderse roos in bloei. de geur...

*

who am i? she wondered in great danger. and the smell of the jasmine bush replied: i am my perfume. 

clarice lispector, an apprenticeship or the book of pleasures (tr. stefan tobler, p128)

wisteria in lispector

afgezaagde vingertoppen

ik vraag me af waarmee deze verhalen begonnen, waar begon de beweging naar buiten, bedoel ik. de intentie laag op laag op laag te plaatsen. (how does something like that fall from the sky?)
de afgezaagde vingertoppen of de nachtmerries, slipping through fingers.
of, de sneeuw; de val; de vogels.
details die er niet toe doen maar omdat vlammenwerpers alleen niet genoeg zijn doen ze er toch toe. duisternis, vergetelheid, eenzaamheid. (een onbekende, onpeilbare diepte, afgrond.)
de ziekte van tijd. de uitdijende tijd. de lagen tijd.

de sneeuw de regen de rivier de wind de wolken;

don't the wind and the currents circulate too, not only water? the snow that fell over this island and also in other ancient, faraway places could all have condensed together inside those clouds. (..) who's to say those raindrops and crumbling snow crystals and thin layers of bloodied ice ar enot one and the same, that the snow settling over me now isn't that very water? 

(de sneeuw het vergeten.) 
(het weer het moment.)

it felt to me as though the wind on this island was always layered beneath everything else, an undertone. 

doesn't water circulate endlessly and never disappear?

het oneindige zoeken, ook als je niet weet waarnaar (searching for a hidden wound or scar), waar, hoe. want (nogmaals) waar begint het verhaal, en zal er ooit een einde zijn of is het altijd vooral diepte. een symptoom. (haar schaduw twee keer zo groot als zij zelf. of, langzaam overgenomen worden door schaduw.)

de onzichtbare littekens. de schrammen en scheuren in het weefsel van dit bestaan. maar zelfs die littekens, zelfs al zou je ze kunnen zien, er met de vinger naar kunnen wijzen: dan nog zal iemand moeten vertalen.

vele jaren stilte. sporen achtergelaten, door het geweld, voor achterblijvers, nabestaanden, toekomst; maar alleen voor zij die zoeken, kijken; zij die weten weten wat sneeuw is. 

(hoe vul je grotten met lijken zonder je af te vragen wat dit betekent.) 

ons geweld overal hetzelfde.
ons mens-zijn, dezelfde.
de gevolgen, dezelfde.

birds will pretend like nothing’s wrong, no matter how much pain they’re in. they instinctively endure and hide pain to avoid being targeted by predators. by the time they fall of their perch, it’s too late.

het redden van een verhaal. of gered worden door een verhaal.
het verhaal de redding.
getuige-zijn.

 (& toch verdwijnen.) 

*

weglopen van een zwart gat, of afgrond. maar het is alsof het constant naar je toe blijft groeien want de verwoesting maakt deel uit van.

maar wat betekent dat als je eromheen bent gegroeid zoals een boom soms doet door het obstakel te omarmen. zodat het deel gaat uitmaken van een realiteit die doet alsof er niets is gebeurt of simpelweg niet weet wat er beneden het zijn van nu heeft plaatsgevonden.

afgezaagde vingertoppen. (grip.)
het werk de wond een litteken te laten worden. (het is een litteken of de dood.)

*

ik las we do not part uit en het voelde alsof ik werd achtergelaten, niet alsof ik een roman had uitgelezen. alsof ik ben weggestuurd, zo voelt het. alsof het niet af is. maar het boek is uit en dus is het af—ik bedoel overigens niet dat het boek onaf is, dat boel ik juist niet; omdat het zo waar is, omdat dit is zoals wij mensen omgaan met het ongemak en de pijn, we begraven het alsof de aarde onze bondgenoot is als het gaat om onze slechtste, meest gruwelijke daden: het donker van het niet-zien, niet gezien kunnen worden.

het ontaarden de zoektocht naar licht. het wit van de sneeuw(storm) vs. de duisternis van onder de grond, van de diepte. sneeuw valt op het oppervlak, verbergt. hoe hoger de sneeuw, hoe kouder de grond, en harder; graven wordt onmogelijk als het maar lang genoeg vriest, sneeuwt. bovendien kan kou een mens doden, vernietigen, verstoppen (onder een nieuwe laag sneeuw).

(graven zonder vingertoppen.) 

ik bedoel: het niet-af-gevoel hoort bij het boek, bij waar het over nadenkt.

*

(alle schuingedrukte woorden zijn overgenomen uit han kang's we do not part (translated by e. yaewon & paige aniyah morris).)

//