Posts tonen met het label mark nepo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mark nepo. Alle posts tonen

mei 2025

01.05.2025 
Originaliteit als obsessie. Niet kunnen schrijven, durven te schrijven vanwege de angst niet origineel genoeg te zijn en in de herhaling te vallen. Maar, wiens herhaling? Plus: ons zelf opmerken en diezelfde emotie/ sensatie in het werk van een ander herkennen = connectie. En is dat niet waar het om draait, dit schrijven? Voor mij althans. 

Ik probeer te verzamelen, te schrijven naar aanleiding van een handvol pocket notebooks die ik vorig jaar in een paar maanden heb gevuld. Ik droeg het in mijn broekzak mee, de hele dag, samen met een stompje potlood. Achteraf gezien waren deze notitieboekjes op dat moment mijn thuis. Ik probeer nu fragmenten van toen te selecteren om er iets mee te doen want het voelt alsof ik jaren heb verspild, de afgelopen ik weet niet hoeveel jaren, het voelt alsof er iets van moet komen, iets uit moet groeien. Maar telkens weer keer ik terug uit mijn gedachten van toen met een zwaar gevoel in mijn lijf. Is het nog te dichtbij. Is dat een vraag. 

Maar misschien is het ook: schrijven naar aanleiding van wat ik ooit heb geschreven kan ik niet. Ik schrijf voor nu, eigenlijk altijd: om nu door mijn gedachten te gaan. Letterlijker: om te begrijpen wat er nu in mij leeft. 

Een poosje geleden begon ik al met dit ‘project’: ik zocht geschikte zinnen uit, schreef ik ze over, knipte de fragmenten uit. Nu zit ik met een verzameling zinnen waar ik niets mee kan. Ik denk nu: het fragmentarische zit in mij: ik hoef het niet te ‘maken’, het is hoe ik schrijf. Vanmorgen kwam ik iets tegen dat ik in 2018 schreef, of destijds begon te schrijven, ik heb het zo nu en dan enigszins aangepast maar het is in essentie nog precies wat ik schreef: een verzameling van momenten, gedurende ongeveer twee weken. En het spreekt me aan. Omdat er tijd in zit. Omdat het een soort 'leven-met' is geworden. Een boek, in dit geval, of enkele gedachten die bij dat boek horen. Of, passages uit werk van anderen die wellicht niet bij de gedachten passen, maar toch wel: omdat ik ze bij elkaar plaats. 

Vorm gebeurde gewoon, destijds, zo lijkt wel. Zonder bedoeling, zonder plan. Zoals schrijven. Ik liet me door niets tegenhouden, merk ik. Ik bedoel, ik schreef ondanks de twijfels. Nu ben ik veel jaren later, verder, jaren waarin ik me wel liet tegenhouden: eigen schuld in zekere zin, ik maakte keuzes die mijn schrijven tegen werkten. Een kracht tegen het schrijven, in stand gehouden door mijzelf. 

(Project is ondertussen een woord dat ik van mezelf niet meer mag gebruiken. Te veel nadruk op een eindproduct. En het woord product vind ik ook afgrijselijk.) Ik geloof dat ik helemaal opnieuw moet beginnen. 



Woorden die me achtervolgen: breath(e), attitude, aandacht, place, home. 



De maan versluierd. Nieuw. 
Een stem. 
De vreugde van gierzwaluwen. 


02.05.2025 
Ik moet mezelf blijven(d) herinneren: slow down . . . all the way to the pace of stone and shadow (Diane Ackerman), en: patience, the art of waiting, is the heartskill that opens the world (Mark Nepo). 



Buiten zijn terwijl het weer omslaat. 


03.05.2025 
To write as if already dead, de titel van een boek van Kate Zambreno maar ook misschien een tip. 

Niet vrij genoeg om te schrijven over the things I might need to write about. In mijn notitieboeken fragmenten niet-in-het-Nederlands omdat ik bang was, ben, dat ze niet veilig zijn. Dat ik er niet veilig ben. Schrijven, mijn notitieboeken: thuis, beweer ik wel eens. 

Wat is van mij, genoeg van mij om over te mogen schrijven? 

Ik staar (..) naar een foto van mijzelf, een driejarig kind met een ernstige blik, alsof reeds vele levens geleefd. Ze weet meer dan ik. Haar ene pols in verband (eczeem), de ander verborgen in een open tuinbroekzak (zelfgemaakt door onze moeder). Ik kijk haar aan en verwacht een antwoord. Ze is koppig en stuurs, en stil. Net als ik.


20.05.2025 
—je was nog niet geboren, zegt mijn zoon. ik heb de herinneringen van ève, zeg ik. (hélène cixous, station osnabrueck naar jeruzalem p. 32) 

je kunt niet ten onder gaan, betalen, verrotten, zweten, trillen in de plaats van iemand anders. (idem, p. 42) 

er is geen enkele verklaring. het toeval doet. het toeval doet alles en de rest. 
(..) 
—je kunt niet alles zeggen, zeg ik. —mocht ik tijd hebben, zegt het boek, dan zou ik het kunnen. —je kunt de waarheid niet zeggen, zeg ik, geen enkel boek, ik kan het niet, men zal de waarheid nooit kunnen zeggen en dat is jammer. en dat is een geluk. in plaats van die illusie kan alles worden gezegd en het zal verzonnen waarheid zijn.
(idem, p. 77) 

herinneringen krijgen van je moeder. 
de mijne/ die van mijn moeder zijn informatie, ergens opgeslagen in bloed en bot. slechts een verhaal nog en ongeleefd, onbeleefd, door mij althans. 
maar waar verborgen, opgeslagen, want ik wéét dingen zonder ze te kunnen weten. hoe weet ik over dingen die ik zelf niet heb meegemaakt. hoe schrijf ik over dingen die ik zelf niet heb meegemaakt. de ervaringen zijn doorgegeven, hebben een indruk op mij achtergelaten, op mijn ik, op hoe ik leef (of niet leef). vanbinnen, als een imprint. onzichtbaar. waar is het begin, alles rolt maar door, blijft bewegen, was er ooit een begin. wiens verhaal leidde tot dit nog altijd barstende familieleed. 

(ik sliep jarenlang op de kamer waar zij het jarenlang heeft moeten doorstaan.) 

kan ik zomaar zeggen dat: hij zich misdroeg omdat zijn opa zich misdroeg? misdragingen die geheim waren, verborgen bleven. een familiegeheim. is wat het is. maar het is meer. het is alsof gif in het bloed. het is een etterende wond. een steeds groter wordende etterende wond. het is schuld en schaamte. en angst om gezien, ontdekt te worden. het is denken: hoe kan dit nu nog zoveel pijn doen, als in pijn teweeg brengen. het is: denken: diepte is een valkuil. verhaal op verhaal op verhaal en al dat tezamen. is dat het? werkt dat zo of neem ik het idee nu te letterlijk. denk ik nu te veel na over iets dat wellicht te abstract is, en te ingewikkeld bovendien om te behandelen alsof al die levens resulteren in een te zwaar. er moet licht zijn en lucht en draaglijkheid en plezier. liefde voor het bestaan. voor naasten, voor de aarde. (al die handen in de aarde.) 

waar begon het verhaal? waarom had mijn overgrootvader niet het stel hersenen dat hem de andere kant op liet denken: de kant van compassie en empathie en kritisch kijken/ luisteren. de kant van niet met de harde wind van rechts (oh, letterlijk en figuurlijk in dit geval) meewaaien. 

het cliché wil natuurlijk dat de dochter van mijn antisemitische overgrootvader trouwde met een man wiens familie juist onderduikers in huis nam. 

maar waarom dit verhaal vertellen. regressie-therapieën maken gebruik van familieverhalen uit het verleden om gedragspatronen van nu te onderzoeken: om te begrijpen waar de fout in denken en handelen weg kan komen. het terugkijken. waarom word ik zo boos van terugkijken om eigen gewin. 

en hoe zit het met evenwicht? de duisternis van de ene familie, het fatsoen van de ander: is uitkomst toeval? 

de kleinere gedachte: doet het er allemaal wel toe? behalve dan het feit dat ik mensen doodeng vind, geen man vertrouw: mag ik toen ergens laten stoppen en nu toelaten zonder al. die. shit. (wiens toestemming denk ik nodig te hebben?)

anne carson: you remember too much,/ my mother said to me recently./ why hold onto all that? and i said,/ where can i put it down? 

*

ik sta honingklaver uit de grond te trekken en denk ik wil alleen maar buiten zijn. ik wil een thuis en ik wil alleen maar buiten zijn. ik wil een thuis waar ik alleen maar buiten kan zijn. (honingklaver wordt groot en de tuin is klein. een of twee honingklavers zijn genoeg. wat er nu alsnog staat kan ik op twee handen niet tellen. maar ik kan het niet, alles eruit trekken. zij horen ook ergens thuis. (zij kunnen altijd buiten zijn.))

to open the world

een onderwerp: de val waar ik indonder bij het willen doen van dingen. of, mijn wankele gevoel van zelfwaarde en dus moeite hebben met geloven dat ik dit kan zonder hulp. 

mijn onzekerheid is altijd geweest dat niets in mijn leven lijkt op/ verloopt als het leven van anderen. in plaats van dat feit te accepteren deed ik telkens het tegenovergestelde, ik dwong mezelf aan te passen. maar forceren heeft bij mij altijd tot een doodlopend einde geleid. en keer op keer, bij het te hebben bereikt van dat dode einde, heeft het leven (het bestaan, het universum) me teruggestuurd naar dit. naar schrijven. ik kan niet langer doen alsof dat niet het geval is. en dus schrijf ik.

iedere week een blogpost, is mijn doel. ik schrijf, probeer te schrijven, zonder plan. heb ideeën genoteerd maar merk dat ik het moeilijk vind om de energie terug te vinden die ik voelde bij het opschrijven van die ideeën. een ander probleem is dat ik al dagen probeer op te lossen waarom ik ben gestopt met the artist's way. in plaats van gewoon accepteren dat het niet past bij wie ik ben voel ik me schuldig. ik vul pagina's in mijn notitieboek in een poging mezelf te kunnen verklaren wat er aan de hand is, waarom het me niet meer aanspreekt.

altijd denken mezelf te moeten uitleggen, verklaren.

ik loop er bij weg.
(ik schaam me voor mijn twijfels, voor al die pagina's, zal ik ze uit mijn notitieboek scheuren?
.... nee.)

het helpt niet dat ik vòòr al dit getwijfel ook al moeite had met beschrijven wat er in mij gaande was: ik ben zo ontzettend boos, voel al een poos een enorme afschuw richting de mensheid. rouw, misschien. de staat van de wereld. 

& tegelijkertijd probeer ik mijn spiritualiteit een plek te geven, ik ben niet gek op dat woord maar ik weet niet welke anders te gebruiken. ik doel op het ervaren van het eeuwige, ik heb dit al zo zo vaak opgeschreven in mijn notitieboek, schreef ik het niet ook vorige week op dit blog?: het eeuwige in mij dat verbintenis zoekt of voelt (iets) met het eeuwige buiten mij. 

nee, niet vorige week: het staat geschreven in een van de vele ongepubliceerde blogs:

maar is het niet juist zo dat ik, alles waar ik uit besta, mee gemaakt ben, het weefsel van mijn lijf en alles dat daar bij hoort, dat al dat totaal en volledig eeuwig is? is het wellicht gewoon een kwestie van anders denken, of zoals mary oliver schrijft, attitude?

mijn obsessie met een passage uit mary oliver's essay ‘winter hours’:

knowledge has entertained me and it has shaped me and it has failed me. something in me still starves. in what is probably the most serious inquiry of my life, i have begun to look past reason, past the provable, in other directions. now i think there is only one subject worth my attention and that is the precognition of the spiritual side of the world and, within this recognition, the condition of my own spiritual state. i am not talking about having faith necessarily, although one hopes to. what i mean by spirituality is not theology, but attitude. such interest nourishes me beyond the finest compendium of facts. in my mind now, in any comparison of demonstrated truths and unproven but vivid intuitions, the truths lose. (p153 in upstream)

hier ben ik gearriveerd. dit punt, ik wil weten wanneer mary oliver het schreef, wat er veranderde voor haar bij het accepteren van deze honger, en bovenal wil ik weten hoe deze houding te betrekken. i would not talk about the wind, and the oak tree, and the leaf on the oak tree, but on their behalf. niet about maar on their behalf. wat betekent dat... i would therefore write a kind of elemental poetry ... (..) i would write praise poems ...

zoals ik vorige week al schreef zit mijn hoofd vol met allerlei dingen die elkaar aanraken, maar afgeleid worden/ mezelf afleiden heeft ervoor gezorgd dat er geen vaart zit in dat project. ik noem het mijn adem-project.

geduld. 
ziel. (adem.)
(sommige woorden kunnen mij gronden, laten mij(n) wortels schieten.)
tijd, attention, attitude.

it takes time to listen, time for the deeper things to show themselves... patience, the art of waiting, is the heart-skill that opens the world. (mark nepo, seven thousand ways to listen)

//