Posts tonen met het label audre lorde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label audre lorde. Alle posts tonen

the bark of a tree and not the tree (buiten en binnen: zijn)

er zijn boeken die ik leef, naast dat ik ze lees. boeken waar ik mee leef, die meeleven—omdat ze me ergens raken waar weinig andere boeken (/ mensen) bij in de buurt komen. een boek als metgezel, als brug naar een wereld waarvan ik niet wist dat een groot deel van mij zich daar doorgaans bevindt.

(to read these books was to be held, schrijft suzanne scanlon.)

soms reiken boeken simpelweg naar binnen, zonder waarschuwing of vragen om toestemming. weerklank/ resonantie. (byung-chul han schrijft in over het verdwijnen van rituelen: ‘resonantie is geen echo van het 'zelf'. resonantie impliceert de dimensie van het andere. ze betekent samenklank.’)

*

(..) something broke in me and left me with a nerve split in two. in the beginning the extremities linked to the cut hurt me so badly that i paled in pain and perplexity. however the split places gradually scarred over. until coldly, i no longer hurt. i changed, without planning to. i used to look at you from my inside outward and from the inside of you, which because of love, i could guess. after the scarring i started to look at you from the outside in. and also to see myself from the outside in: i had transformed myself into a heap of facts and actions whose only root was in the domain of logic. at first i couldn't associate me with myself. where am i? i wondered. and the one who answered was a stranger who told me coldly and categorically: you are yourself. slowly, as i stopped looking for myself i ended up distracted and without purpose. i'm good at theorizing. i, who empirically live. i dialogue with myself: i expose and wonder what was exposed, i expose and refute, i pose questions to an invisible audience and they spur me on with their replies. when i look at myself from the outside in i am the bark of a tree and not the tree. i didn't feel pleasure. after i recovered my contact with myself i impregnated myself and the result was the agitated birth of a pleasure completely different from what they call pleasure. (clarice lispector, a breath of life p38/ tr. johnny lorenz (penguin modern classics)

clarice lispector lezen betekent totaal uit mijn lood worden geslagen, iedere keer weer. haar werk is persoonlijk, was dat voor haar (i write as if to save someone's life. probably my own, schreef ze in a breath of life. ja het is fictie maar.) en is dat voor mij. ik bedoel: ze schreef over dingen die ook van mij zijn; ze schreef over de knopen die ik in mijn eigen leven heb gelegd—leven, lijf, ziel.

las ik haar zo lang niet omdat ik mezelf niet lezen kon (dat lukt nog altijd zelden) en haar werk me, ondanks mijn diepe bewondering, een ongemakkelijk gevoel bezorgde; ik de aantrekkingskracht niet begreep/ op waarde kon schatten?

ik geloof niet dat ik ooit op een dergelijke manier door een schrijver ben gezien. dit is absurd, schiet almaar door mijn hoofd.



a pleasure completely different from what they call pleasure
, doet me denken aan wat audre lorde in sister outsider over ‘the erotic’ schreef. onder andere: it is an internal sense of satisfaction. en: the erotic is a measure between the beginnings of our sense of self and the chaos of our strongest feelings.

bovenal: the erotic is not a question only of what we do; it is a question of how acutely and fully we can feel in the doing. once we know the extent to which we are capable of feeling that sense of satisfaction and completion, we can then observe which of our various life endeavors brings us closest to that fullness.  

lispector's lef beangstigt me. hoe durfde ze. en ook: hoe? ze was in staat te schrijven over situaties, etcetera, die voor mij vaak onvertaalbaar lijken. (niet alleen herkenning dus maar ook ongeloof over wat ze flikt.)

ideeën opschrijven lijkt eenvoudig, tot je het probeert: het denken in mijn hoofd bestaat niet uit woorden, taal, is eerder een samenraapsel: de aanraking van het moment zelf met associaties, herinneringen, sensaties (&c—); de aanraking van binnen met buiten. (emerson over schrijven: it is the blending of experience with the present action of the mind.) lispector lezen betekent herinnerd worden aan die liminal space, het geworstel van zowel buiten en binnen: zijn, en de relatie van het lijf met tijd en ruimte en, wellicht, ziel. en nergens iets van begrijpen. wel: getuige zijn. 

maar lispector lezen gaat niet over begrijpen wat er staat geschreven. ik heb onlangs iemand horen beweren dat ze niet schreef om te begrijpen maar juist dat tegenovergestelde: de confrontatie aangaan met het niet-begrijpen. oh, al haar personages zoeken heel hard naar een antwoord maar lispectors 'verhalen' beweging daar nooit echt naartoe. vinden is niet de intentie. lispector peurt graag in momenten, ideeën, twijfels: dook in rabbit holes. en de rabbit hole altijd het zelf, in relatie met. wat dat dan ook mag betekenen: dat onderzoek naar het onverklaarbare, mystieke element van iemand-zijn. ieder boek een spiritueel experiment.

*

(de relatie van ziel met het aanraakbare
                      het onbevattelijke met logica
het zoeken naar een balans—hoe hier te zijn maar ook daar, alsof een andere dimensie (niet letterlijk maar figuurlijk voorbij de afmetingen van wat we kennen). of hoe het daar met hier te vervlechten.)

(oh, hoe te schrijven over clarice lispector.) 

2018, juli

soms schrijf je iets en blijft het jarenlang in een map staan. staan wachten. niet ongewijzigd maar toch grotendeels nog steeds zichzelf. ik liep er vanmorgen weer eens tegenaan, zo nu en dan ga ik door oude schrijfsels, het geeft me altijd hoop: dat ik het kan, of in ieder geval ooit kon en dat schrijven is als fietsen, denk ik, dus het komt wel goed.

vandaag gaf het me een ingang. het heeft te maken heeft met vorm en tijd—maar dan per ongeluk. it feels significant. sinds lange tijd helpen mijn woorden me weer met ademhalen. wel, vandaag they did.

*

12.07.2018 / Ik las iets in een boek van Leslie Jamison dat me eraan herinnerde hoe ingewikkeld ik mezelf vind. Ik denk omdat de hoofdpersoon van Jamisons roman De gin-kast zichzelf jarenlang heeft geassocieerd met haar ‘contouren bepaald door anderen’. Ofwel: weinig sense of self. & dat komt me niet onbekend voor.

In De gin-kast ligt Stella’s oma op sterven. In het ziekenhuis. Omringd door haar dochter en twee kleinkinderen. Stella’s broer Tom vraagt internet om raad, hij zoekt met de trefwoorden ‘oud worden en doodgaan’ naar een oplossing. Stella loopt weg, naar de WC, keert na twintig minuten alleen zijn terug.

‘Moest je huilen?’ vroeg mijn moeder toen ik terugkwam. Ze controleerde mijn ogen op sporen van tranen. Ik kon het aantal keren tellen dat ik dat in haar bijzijn had gedaan. Wat voor vormen van troost ze ook bood, altijd ging er een verlangen achter haar woorden schuil, de hoop dat als ik huilde ik zelf de kracht zou vinden om te stoppen.
   ‘Nee,’ zei ik. ‘Ik wou dat het zo was.’
   Ze omhelsde me stevig. ‘Dat heb ik ook altijd,’ zei ze. ‘Ik heb een heleboel emoties gehad in mijn leven, maar heb er zelden bij kunnen huilen.’


Is het achterdocht, die vraag, dat controleren?
De kracht om te stoppen met huilen.
Ergens bij kunnen huilen. Alsof dat niet iets is dat je overkomt.

Maar kunnen heeft ook te maken met, plotseling begrijp ik het denk ik, met het verdriet kunnen voelen. Misschien bedoelt Stella’s moeder dat.

*

Ik huilde om van alles. Dat stopte omdat ik dacht dat ik mijn verdriet verzon, dat ik het mezelf aandeed, dat ik me aanstelde: huil je niet, dan ben je ook niet verdrietig.

Ik huilde om alles dat pijn deed. Ik huilde bij liedjes die ik mooi vond. Omdat ik in dat liedje wilde wonen. Omdat dat liedje nooit mocht stoppen. Omdat het dat toch altijd deed. Ik huilde bij voorbaat om het einde van het liedje omdat dat betekende dat het weg zou gaan en ik was zo eenzaam dat ik muziek beschouwde als mijn vrienden. Niet dat ik wist dat ik eenzaam was. Ik huilde gewoon. Ik dacht niet te veel na over het waarom daarvan.

Maar dat stopte dus. Ik weet niet wanneer en ik weet niet waarom. Niet exact.
Ik begin ergens van te herstellen want het komt weer terug. Liedjes, films.
Leven.

Onbegrip of onvermogen uit zich bij sommige mensen als obsessie. Voor juist dat; emoties.
Huilen.
Ex-collega’s (vrouwen) hadden het ooit over hun tranen: dat ze eigenlijk alleen huilden als ze heel boos waren.
Ik herinner me foutief dat ze daar trots op waren.
Ik denk dat ik me toen begon te beseffen dat een mens een relatie kan hebben met het lichaam dat reageert op omstandigheden. Ik had daar geen idee van.

13.07.2018 / Weer te veel gezegd.

14.07.2018 / Ik droomde over een trauma-bibliotheek. Bij het betreden van een boekenwinkel werden me bibliotheekboeken aangereikt, er werden me verhalen aangewezen die met draden verbonden waren aan oude verhalen in oudere boeken. Geheimen van ouders die als misdaden werden behandeld omdat er nooit over gesproken was. Iemand moest schuld hebben, gewoon omdat.

(In Club Mars van Rachel Kushner is de hoofdpersoon niet langer moeder omdat ze een moord heeft gepleegd. Haar zoontje is nu van de staat.)

Werd weer eens wakker met het idee dat alles me duidelijk was gemaakt tijdens mijn slaap maar het ontwaken vernietigde ieder spoor van de kennis die ik had opgedaan. Alleen de beelden, het verhaal, bleven over.

*

Maggie Nelson over Eve Kosofsky Segdwick (op lareviewofbooks.org; ‘Finishing touches’):

In a 1999 interview, Sedgwick puts it this way: It’s hard to recognize that your whole being, your soul doesn’t move at the speed of your cognition. That it could take you a year to really know something that you intellectually believe in a second. Sedgwick explains that she eventually learned how not to feel ashamed of the amount of time things take, or the recalcitrance of emotional or personal change. Indeed, as she puts it in “Reality and realization”: Perhaps the most change can happen when that contempt changes to respect, a respect for the very ordinariness of the opacities between knowing and realizing.

Stortte ik anderhalf jaar geleden half in omdat ik me iets realiseerde of omdat ik ergens tegenaan liep dat me langzamerhand liet realiseren?

Ik begon te wandelen en in die rauwe winter werden takken geknipt door incompetente snoeiers. Afgelopen lente zag ik de wonden van vorig jaar. Zichtbaar, maar dicht. Die littekens, ze herinneren me aan wat ik me realiseerde en hoe ik ben veranderd, maar ook herinneren ze me aan waar ik me zo voor schaam: dat je aan mij niet kunt zien wie ik ben.

Of, ik dacht dat ik me daar voor schaamde.
Is het niet gewoon angst.

*

?:

What are the words you do not yet have? What do you need to say? What are the tyrannies you swallow day by day and attempt to make your own, until you will sicken and die of them, still in silence?
(Audre Lorde, ‘The Transformation of Silence into Language and Action’, Sister Outsider)

15.07.2018 / Ik heb meestal geen idee van wat ik voel. Is dat wel zo? Is dat wel eerlijk? Ik weet het niet. Misschien, soms, en achteraf is alles anders. Heeft het wel zin om dat achteraf te beweren?

Op fortlaufen.blogspot.nl, vanmorgen, over Marina Tsvetajeva en egoïsme:

She describes it not as a narrowing of the self, but as being of inclusive nature, she writes that egoism is a concentration not of the actual self, but it is a concentration on the not-actual. According to her there is no intellectual (geistig) egoism, there is egocentrism which is about the capacity of the ego, about the size of the centre of the self. According to her the majority of all poets and philosophers are the most selfless and unselfish people on earth, they just include all suffering outside them into theirs or even simpler: they don’t distinguish between themselves and others.

*

21.07.2018 / Net als Stella’s moeder in De gin-kast zie ik tranen waar ze niet zijn. De film Call me by your name bevat momenten waarop tranen niet vallen (die komen als een soort samenvatting aan het einde) maar waar ze wel gevoeld worden. Door mij alleen, wellicht, maar daar is een obsessie goed voor.

Tranen van frustratie, angst, onbegrip, verlangen.
Als hij keer op keer op zich laat wachten.
Als hij danst met een ander.
Als hij lijkt te verdwijnen.

Ik las ooit ergens dat huilen stress uit het lijf wegneemt; dat het afrekent met een surplus aan emotie. Alsof het menselijk lichaam een maximum kent van wat het aan emotie aankan, en als dat limiet is bereikt het lichaam op een innerlijke noodknop drukt en alles naar buiten drijft.

Zijn mensen dan lichamen als een muziekinstrument in mensenhanden? De beweging, de klanken?
Maar, voor wie dan? Emerson zegt dat mensen organen van de ziel zijn. De over-soul. De mens een instrument van de ziel. Dat klinkt als een religie die ik ken.

23.07.2018 / Weer een stralende, blauwe dag. Het begint te vervelen. De wereld wordt steeds droger. I long for a summerstorm, a summer-thunderstorm. Iets dat deze herhaling doorbreekt. Het voelt alsof het nooit meer zal regenen.

*

Ik kan fictie niet zien als dat, ‘alleen maar’ fictie, het staat zo dicht bij het leven dat het misschien wel echter is, omdat het een gekozen blik werpt op bestaan. En daardoor intenser.

Ik kan fictie niet als ‘verzonnen’ zien omdat ik dat woord niet begrijp; verhalen komen ergens vandaan, zoals leugens ergens vandaan komen. Uit het hoofd, natuurlijk, maar wie voedt dat hoofd? De ideeën die ik heb, dat waar ik over wil schrijven, dat alles heeft te maken met wat ik heb meegemaakt. De boeken die ik mooi vind, vinden weerklank omdat het iets aanraakt dat ik wil begrijpen maar niet kan begrijpen zonder hulp. Boeken maken het raadsel vaak groter maar omdat er meer lijntjes zijn heb ik wel meer houvast. Lijntjes terugvolgen, of nagaan of ze ergens een ander lijntje aanraken; zo beweeg ik mee met wat ik lees.

Maar, ik weet niet of ik er in geloof dat er iets uitgelegd kan worden. Of moet worden. Dat is juist de charme van literatuur: nul antwoorden.

Fictie is eerder een vertaling dan ‘verzonnen’. Maar dan op deze manier: actie vertaald naar fictie. Of, ervaring/beleving vertaald naar verhaal. Maar is kunst niet altijd een vertaling? Beeld is taal, taal is taal. Alles maakt deel uit van iets groters.

Boeken leren me zoals niets anders kan; zien, voelen; wat mist, waar ik naar verlang, wat me boos maakt.
Niemand kent mij beter dan ik. Waarom blijven sommige mensen volhouden dat dat niet zo is?

Boeken, kunst, bestaan los. Het zijn objecten maar het is meer dan dat want het is gemaakt zonder nuttig te moeten zijn. En dus bestaat kunst losser dan tafels en stoelen, en heeft het tevens meer ruimte om te bestaan. Wie zei ooit dat boeken (of kunst? Ik weet het niet zeker) de slijpsteen van de geest (moeten) zijn? Omdat mijn geest altijd moeite doet om dingen te begrijpen, zal het extra veel moeite doen als dat niet lukt.

25.07.2018 / Mieren in een spinnenweb. Hoe nieuwsgierigheid tot de dood kan leiden.

9 augustus 2024

ik las onlangs in zeer korte tijd veel boeken die bezit van me namen, me overspoelden. niet eerder kon ik zo veel lezen. hele middagen, avonden. het voelt mysterieus. titel na titel, allemaal somehow connected, voelde speciaal voor mij geschreven. ik was uitgehongerd, deze boeken voedden me. voeden me.

ik las 
hermit, jade angeles fitton 
after sappho, selby wynn schwartz 
orlando, virginia woolf 
love letters, virginia woolf & sackville west 
committed, suzanne scanlon 
heroines, kate zambreno 
sister outsider, audre lorde 
a horse at night. on writing, amina cain 
promising young women, suzanne scanlon 

ik leef nu met de kater; ik zwom in een zee van titels, aangeraden in de boeken die ik las, maar nu moet ik het ineens weer zelf uitzoeken. 

(after sappho liet me orlando en love letters bestellen, deed me denken aan kate zambreno die me herinnerde aan suzanne scanlon wiens werk ik nog steeds niet had gelezen; scanlon stuurde me naar audre lorde en amina cain—) 

ik wil renee gladman lezen maar weet niet waar te beginnen. 
ik wil meer amina cain lezen. 
(basically alles van dorothy project.) 

audre lorde maakte zo’n indruk met sister outsider dat ik alles van haar wil gaan lezen, ik bestelde your silence will not protect you en zami: a new spelling of my name. a biomythography. de eerstgenoemde titel blijkt sister outsider zijn, inclusief selected poetry; ik stuur het terug en bestel binnenkort haar cancer diaries en poëzie. zami lees ik nu. 

stuk voor stuk zijn het boeken die heftig onderzoekend zijn. eigenlijk over schrijven gaan. eigenlijk over een schrijvend leven gaan. hoe te leven als vrouw. hoe leef je een ander leven dan wat ‘normaal’ heet te zijn. 

(mijn obsessie voor die vragen, jaren geleden. hoe moet je leven? hoe moet je schrijven?) 

ik wil een leven vol boeken. ik wil boeken die me helpen met schrijven. nee, niet helpen; die me dwingen te schrijven. ik heb aldoor het gevoel dat ik keer op keer tegen dezelfde muur op bots. ik weet niet wat die muur daar doet. ik krijg ‘m niet kapot. hoe schrijf ik over die muur zonder het aldoor over een muur te hebben. hoe weet ik wat geschreven moet worden. ik schrijf en schrijf en heb nooit het gevoel geschreven te hebben. 

op de laatste pagina’s van a horse at night schrijft amina cain: 
i have never been able to force myself to write about anything, or to avoid anything for that matter, and i don’t think i ever will, so i’ll just see what keeps arising, how i approach the difficulties of being alive in this particular moment. 
ik vraag me af wat het is dat ik negeer. al die vragen, maar het voelt alsof ieder antwoord een cliché is. rage against cliché. the answer to rage is catastrophe. (anne carson in ‘variations on the right to remain silent’.) 

ik kwam een tekst tegen die ik zes jaar geleden schreef, kort voor ik feitelijk stopte met schrijven. het druipt van mijn onmacht te schrijven over iets dat me fascineert. dat gebeurt vaak bij het werk van anne carson; ik weet nog hoe ik me voelde, onbekwaam, ik begreep er niets van, het was een totaal mysterie waarom ik zo van haar woorden hield, houd, waarom die tekst (float, een bundeling die ook ‘variations’ bevat, is sowieso fantastisch, ik weet dat het meer woorden, teksten bevat die me op een soortgelijke manier uit het veld sloegen maar het zit ergens in een doos (ik verhuis binnenkort naar een caravan) en ik weet niet in welke doos) zo mysterieus en wijs en intens is—ik wilde, moest, iets met de tekst, met de ervaring, ik kon het niet zomaar laten gaan, loslaten—

alsof het zou verdwijnen. (zoals het nu is verdwenen in een van de vele dozen.) maybe i was (am) *just* drawn to certain words. rage. cliché. catastrophe. chaos.

alle genoemde boeken, hierboven; allemaal las ik ze met een angst dat de woorden zouden verdwijnen na ze te hebben gelezen. bang niet goed genoeg te lezen, het gevoel dat de boeken een ondergronds bestaan bevatten die ik niet kan bereiken. 

de onmacht komt in alle hevigheid terug. de muur.

//