Posts tonen met het label ralph waldo emerson. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ralph waldo emerson. Alle posts tonen

the bark of a tree and not the tree (buiten en binnen: zijn)

er zijn boeken die ik leef, naast dat ik ze lees. boeken waar ik mee leef, die meeleven—omdat ze me ergens raken waar weinig andere boeken (/ mensen) bij in de buurt komen. een boek als metgezel, als brug naar een wereld waarvan ik niet wist dat een groot deel van mij zich daar doorgaans bevindt.

(to read these books was to be held, schrijft suzanne scanlon.)

soms reiken boeken simpelweg naar binnen, zonder waarschuwing of vragen om toestemming. weerklank/ resonantie. (byung-chul han schrijft in over het verdwijnen van rituelen: ‘resonantie is geen echo van het 'zelf'. resonantie impliceert de dimensie van het andere. ze betekent samenklank.’)

*

(..) something broke in me and left me with a nerve split in two. in the beginning the extremities linked to the cut hurt me so badly that i paled in pain and perplexity. however the split places gradually scarred over. until coldly, i no longer hurt. i changed, without planning to. i used to look at you from my inside outward and from the inside of you, which because of love, i could guess. after the scarring i started to look at you from the outside in. and also to see myself from the outside in: i had transformed myself into a heap of facts and actions whose only root was in the domain of logic. at first i couldn't associate me with myself. where am i? i wondered. and the one who answered was a stranger who told me coldly and categorically: you are yourself. slowly, as i stopped looking for myself i ended up distracted and without purpose. i'm good at theorizing. i, who empirically live. i dialogue with myself: i expose and wonder what was exposed, i expose and refute, i pose questions to an invisible audience and they spur me on with their replies. when i look at myself from the outside in i am the bark of a tree and not the tree. i didn't feel pleasure. after i recovered my contact with myself i impregnated myself and the result was the agitated birth of a pleasure completely different from what they call pleasure. (clarice lispector, a breath of life p38/ tr. johnny lorenz (penguin modern classics)

clarice lispector lezen betekent totaal uit mijn lood worden geslagen, iedere keer weer. haar werk is persoonlijk, was dat voor haar (i write as if to save someone's life. probably my own, schreef ze in a breath of life. ja het is fictie maar.) en is dat voor mij. ik bedoel: ze schreef over dingen die ook van mij zijn; ze schreef over de knopen die ik in mijn eigen leven heb gelegd—leven, lijf, ziel.

las ik haar zo lang niet omdat ik mezelf niet lezen kon (dat lukt nog altijd zelden) en haar werk me, ondanks mijn diepe bewondering, een ongemakkelijk gevoel bezorgde; ik de aantrekkingskracht niet begreep/ op waarde kon schatten?

ik geloof niet dat ik ooit op een dergelijke manier door een schrijver ben gezien. dit is absurd, schiet almaar door mijn hoofd.



a pleasure completely different from what they call pleasure
, doet me denken aan wat audre lorde in sister outsider over ‘the erotic’ schreef. onder andere: it is an internal sense of satisfaction. en: the erotic is a measure between the beginnings of our sense of self and the chaos of our strongest feelings.

bovenal: the erotic is not a question only of what we do; it is a question of how acutely and fully we can feel in the doing. once we know the extent to which we are capable of feeling that sense of satisfaction and completion, we can then observe which of our various life endeavors brings us closest to that fullness.  

lispector's lef beangstigt me. hoe durfde ze. en ook: hoe? ze was in staat te schrijven over situaties, etcetera, die voor mij vaak onvertaalbaar lijken. (niet alleen herkenning dus maar ook ongeloof over wat ze flikt.)

ideeën opschrijven lijkt eenvoudig, tot je het probeert: het denken in mijn hoofd bestaat niet uit woorden, taal, is eerder een samenraapsel: de aanraking van het moment zelf met associaties, herinneringen, sensaties (&c—); de aanraking van binnen met buiten. (emerson over schrijven: it is the blending of experience with the present action of the mind.) lispector lezen betekent herinnerd worden aan die liminal space, het geworstel van zowel buiten en binnen: zijn, en de relatie van het lijf met tijd en ruimte en, wellicht, ziel. en nergens iets van begrijpen. wel: getuige zijn. 

maar lispector lezen gaat niet over begrijpen wat er staat geschreven. ik heb onlangs iemand horen beweren dat ze niet schreef om te begrijpen maar juist dat tegenovergestelde: de confrontatie aangaan met het niet-begrijpen. oh, al haar personages zoeken heel hard naar een antwoord maar lispectors 'verhalen' beweging daar nooit echt naartoe. vinden is niet de intentie. lispector peurt graag in momenten, ideeën, twijfels: dook in rabbit holes. en de rabbit hole altijd het zelf, in relatie met. wat dat dan ook mag betekenen: dat onderzoek naar het onverklaarbare, mystieke element van iemand-zijn. ieder boek een spiritueel experiment.

*

(de relatie van ziel met het aanraakbare
                      het onbevattelijke met logica
het zoeken naar een balans—hoe hier te zijn maar ook daar, alsof een andere dimensie (niet letterlijk maar figuurlijk voorbij de afmetingen van wat we kennen). of hoe het daar met hier te vervlechten.)

(oh, hoe te schrijven over clarice lispector.) 

the doctrine of inspiration is lost

16.03

wederom de neiging een nieuwe blog te maken. elders. een nieuwe naam. te verdwijnen om elders te verschijnen. alsof een nieuw begin of nieuw leven maar er is niets nieuws aan mij, in wezen. dus waarom nieuw. 

de illusie dat iemand me hier überhaupt weet te vinden.

*

het gevoel dat alles me af is gepakt, dat wat me lief was. dat wat persoonlijk was. in zekere zin liet ik het gebeuren, zoals altijd, which is what frightens me deeply. ondertussen is het zover gekomen dat de dingen die me blij maakten, ooit, me geen energie meer geven. dat was althans lang het geval, ik geloof dat er verandering plaats vindt. ik ben niet zo goed in voelen. ik bedoel ik ben niet zo goed in weten wat ik voel. dat is gek want voelen zou iets persoonlijks moeten zijn en die relatie is er niet, ofzo. 

(ik bedoel ook: mijn liefdes werden me uit de handen genomen, moesten plotseling nuttig zijn of gedeeld worden. het mocht niet van mij blijven zijn. 

eerlijk: het was vrijwillig. het was een idee van een ander, ik begreep niet waar ik aan begon. nu pas dringt het tot me door dat het voelde als betaalmiddel, als verplichting: geef ons dit, dan mag jij hier zijn. & als dat niet gaat, verzin dan een andere manier.

de constante beweging. golven, storm, en de kalmte (soms) daar voor. want altijd was er weer een storing op komst.)

*

wat niet ging: lezen, nadenken, schrijven. ik merk nu dat een deel van mij in een depressie is beland omdat het niet wordt gebruikt: het nadenken over wat ik zie, beleef, lees, droom. ik weet niet waarom het me niet lukt(e). lezen was ineens een opgave & dat was het nooit. aan de andere kant merk ik, nu ik weer meer lees, dat het is veranderd: mijn lezen gaat trager, dieper. ik houd alleen nog in een notitieboek bij waar ik aan begin, achterin, een soort lijst. nergens anders. de druk te presteren ligt overal als een deken overheen & ik heb besloten, besluit eigenlijk bij deze, dat ik daar niet meer aan mee doe. 

(dat is een work in process. en een lang proces. schreef er een half jaar geleden al over. ben alleen maar dieper weggezakt.)

mijn lezen gaat dus trager, dieper. lees wellicht twee boeken per maand. las onlangs the lost daughter van elena ferrante en genoot er ontzettend van, ging direct opzoek naar tweedehands exemplaren van de ‘neapolitan novels’. boek één is uit, boek twee half. misschien ligt het aan de vertaler, ann goldstein. ik ken de italiaanse taal niet en kan dus niets zeggen over hoe ze het beïnvloed, etcetera. maar wat ik lees vind ik steengoed. vele jaren geleden las ik de nederlandse vertalingen en raakte ik verveeld. maar dat kan aan mij hebben gelegen. ik houd in ieder geval ineens van elena ferrante en dat maakt me bij, deze nieuwe liefde: ik kan het nog.

het is belangrijk dat ik deze boeken nu lees, geloof ik.

eerder las ik dostojevski's the idiot en dat belang van hierboven geldt ook voor dit boek. ook van the idiot houd ik. zo nu en dan begreep ik er niets van, ik voelde me de idioot van de titel, maar dat stoorde me niet. en dus las ik door. het is een intens triest boek, maar prachtig. ach en daarvoor las ik aldous huxley's brave new world, herlas ik ray bradbury's fahrenheit 451. ook herlas ik wuthering heights en sense & sensibility. waarom juist die austen terwijl ik nog altijd emma niet heb gelezen?

ik ben een beetje losgeraakt van moderne fictie. weet niet wat er wordt gepubliceerd, gelezen, geschreven, heb geen benul van welke boeken prijzen aan het winnen zijn. i don't care. voor nu omring ik me liever met klassiekers & ik vermoed dat dit een levenslange liefdesaffaire zal zijn. 

*

het grote probleem wellicht mijn crush op iemand uit een andere wereld.
ik weet niet hoe dit werkt voor anderen maar mij overkomt dit niet zo vaak. en ik wil het niet negeren vanwege dat. maar ik maak me ook zorgen omdat dat andere. een totaal andere wereld. 

oh ja en mijn onvermogen hier mee om te gaan. niet normaal kunnen zijn en hem in de ogen kijken. zelfs wegkijken. omdat ik anders dood ga, ofzo. 

(de neiging duizendmaal sorry te zeggen voor mijn niet-weten wat te doen.)

een probleem omdat ik niet weet of in dit mentaal aan kan. mocht er iets gebeuren, mocht ik hem ooit aan durven kijken en toch niet blijk te smelten, mocht dat alles: ik weet niet of ik dan overeind kan blijven staan. dat bedoel ik zowel letterlijk als van binnen: ik geef zo ontzettend snel alles weg, verdwijn zo gemakkelijk, eindig dan leeg en verdrietig omdat ik mezelf weer heb gedwongen mijn vorm aan te passen aan de verwachte wensen van anderen.

*

the doctrine of inspiration is lost; the base doctrine of the majority of voices, usurps the place of the doctrine of the soul. miracles, prophecy, poetry; the ideal life, the holy life, exist as ancient history merely; they are not in the belief, nor in the aspiration of society; but, when suggested, seem ridiculous. life is comic or pitiful, as soon as the high ends of being fade out of sight, and man becomes nearsighted, and can only attend to what addresses the senses. (ralph waldo emerson, the divinity school address (in library of america's essays & lectures)

the real work/ the real poem

16.07.2025 

binnen enkele centimeters verwijderd van de tuindeur een verwelkte, verwaterde, gevallen teunisbloem, alsof gedroogd tussen bladeren van een boek, op een tegel. de schoonheid is veranderd door het oprapen & het opdrogen, de nacht is er uit verdwenen, vervlogen. (ook regen is een kunstenaar.) 

ik volg de krullen, scheuren met een potlood (grafiet). 


de noodzaak zonder woorden te denken. of, zonder woorden te zijn. omdat zijn de laatste tijd zo gedwongen voelt; omdat het altijd naar iets moet leiden. lijden. leiden. ik lees byung-chul han’s vita contemplativa (ik bedoel het boek (uitgeverij ten have/ de nieuwe wereld. 6e druk 2025. vertaling mark wildschut), niet het essay dat verwarrend genoeg in een ander boek werd opgenomen, namelijk the scent of time) en hij noemt dat ‘om-te’. 

hij schrijft (in het essay ‘opvattingen over inactiviteit’): 

de ideale schilder laat elke activiteit, elke opzettelijkheid varen en laat alles vanzelf gebeuren. het schilderij lukt op het moment waarop de schilder niemand wordt (..). 

het lawaaiige ik met zijn wil, met zijn intenties en neigingen moeten we laten verdwijnen. over de taak van de schilder merkt cézanne op: ‘heel zijn wil moet zwijgen. alle stemmen van vooringenomenheid moeten in hem verstommen, hij moet vergeten, vergeten, stilte creëren, een volmaakte echo zijn. dan zal het hele landschap binnen het kader passen van zijn lichtgevoelige plaat.’

byung-chul han schrijft dat cézanne appels schildert die niet bestaan om te (om-te) worden opgegeten, en zijn karaffen en borden zijn geen ‘gerei’, geen werktuigen die aan het om-te, aan menselijke doeleinden onderworpen zijn. zij hebben veeleer hun eigen waardigheid, hun eigen glans. 

(glans, gloed, stralen: volgens han straalt ‘de geest in de modus van inactiviteit’.) 

deze appels bestaan omdat een boom ze heeft gegroeid: omdat de zon scheen, de regen viel; omdat de bloemen bloeiden, en bestuivers bestaan. 
(omdat cézanne ze schilderde, omdat hij samenhang zag/ om-te vertellen over samenhang.)

 

21.07.2025

the old poets of china / mary oliver 

Wherever I am, the world comes after me. 
It offers me its busyness. It does not believe 
that I do not want it. Now I understand 
why the old poets of China went so far and high 
into the mountains, then crept into the pale mist. 



heidegger:

why do we have no time? to what extent do we not wish to lose any time? because we need it and wish to use it. for what? for everyday occupations, to which we have long since become enslaved. . . . this not having any time is ultimately a greater being lost of the self than that wasting time which leaves itself time. 

reminds me of seneca’s first letter lucilius, the one that is not included in letters from a stoic but i bet i can find it online— 

I. ON SAVING TIME

Greetings from Seneca to his friend Lucilius.

1. Continue to act thus, my dear Lucilius—set yourself free for your own sake; gather and save your time, which till lately has been forced from you, or filched away, or has merely slipped from your hands. Make yourself believe the truth of my words,—that certain moments are torn from us, that some are gently removed, and that others glide beyond our reach. The most disgraceful kind of loss, however, is that due to carelessness. Furthermore, if you will pay close heed to the problem, you will find that the largest portion of our life passes while we are doing ill, a goodly share while we are doing nothing, and the whole while we are doing that which is not to the purpose. 2. What man can you show me who places any value on his time, who reckons the worth of each day, who understands that he is dying daily? For we are mistaken when we look forward to death; the major portion of death has already passed. Whatever years lie behind us are in death’s hands.

(source: https://en.wikisource.org/wiki/Moral_letters_to_Lucilius/Letter_1



ik beweeg van boosheid naar onderdanigheid. van ‘ok ja ik ben waardeloos want ik doe niet mee aan de maatschappij’ naar ‘ik heb me de blubber gewerkt afgelopen jaren & nu is er niets meer over om het vuur gaande te houden. opgebrand uitgehold. fuck de maatschappij met al z’n nonsens’. 

sens vs nonsens. 

het schuldgevoel als ik niet ‘gehoorzaam’/ mijn tijd niet nuttig gebruik. 

byung-chul han: 

wie in de neoliberale prestatiemaatschappij faalt, maakt zichzelf daarvoor verantwoordelijk en schaamt zich in plaats van zichzelf de maatschappij of het systeem ter discussie te stellen. (..) onder het neoliberale regime van de zelfuitbuiting richt men de agressiviteit eerder tegen zichzelf. 
(psychopolitiek p14, uitgeverij van gennep, vert. marion hardoar & hans driessen 2016) 

druk. uitgebuit(, uitgehold). 

wat is er nu nog over behalve het idee dat alles ergens toe moet leiden: dat lezen niet kan schrijven niet mag (etcetera) zonder dat het zorgt voor productie. dat er geld verdiend moet worden omdat er dingen moeten worden gekocht zodat desire wordt gestild behalve dan dat niets ooit genoeg is. we denken te weten wat we willen want nieuw is altijd goed, altijd beter. 't liefst zo snel mogelijk. en de honger groeit mee. 

zo boos omdat schijn regeert. wat weten we nu nog. of eigenlijk: wat kan er nog geweten worden. (maar de oude wereld bestaat nog. papier en pennen en boeken. bewijs van de werkelijkheid van onzichtbare dingen.) 

*

vermoeidheid overheerst. niet in staat zijn mijn eigen gang van gedachten te kunnen volgen. als er dan toch iets verschijnt, op papier of scherm, de angst slechts te herhalen wat er onlangs werd gelezen. bij byung-chul han een heftig gevoel van recognizing my own rejected thoughts—ralph waldo emerson schrijft in het essay ‘self-reliance’: a man should learn to detect and watch that gleam of light which flashes across his mind from within, more than the luster of the firmament of bards and sages. yet he dismisses without notice his thought, because it is his. in every work of genius we recognize our own rejected thoughts: they come back to us with a certain alienated majesty. 

: iedereen wordt bewoond door genius maar niet iedereen herkent die gleams of light als zijnde interessant/ waardevol genoeg om te noteren. ofwel: neem ik mijzelf serieus. maar er is ook dat moderne gevaar: heb/ neem ik tijd om de slierten überhaupt op te merken, laat staan een moment om het vast te leggen; merken we ons zelf, onze zelf, nog op? nooit aangeleerd = afwezigheid. = niet kunnen bevroeden dat er iets mist. dan kan alleen toeval zorgen voor een verandering in richting. (of, een karakter die om een of andere mysterieus wijze aldoor weigert mee te doen of gewoon niet weet hoe dat moet.) (een ander soort honger: nieuwsgierigheid. ik weet waar ik het over heb: ik weet niet waar het vandaan komt, in mij, maar het is er & toevallig heb ik een ingang kunnen vinden—toch voelt ‘t nog altijd alsof ik op de drempel sta.) 

over datzelfde genius schrijft byung-chul han, in het essay ‘het pathos van het handelen’ (opgenomen in het boek vita contemplativa): 

we ontmoeten de genius wanneer we de eigenschappen, de maskers die we op het toneel van de handeling op hebben, afleggen. de genius openbaart achter het masker een gezicht dat van eigenschappen ontdaan is. (..) met de genius leven betekent een relatie onderhouden met een gebied van niet-weten, van niet-bewustzijn. 

ontdaan van eigenschappen. . . 



mary oliver (uit ‘have you ever tried to enter the long black branches’): And who will care, who will chide you if you wander away from wherever you are, to look for your soul?
en: For how long will you continue to listen to those dark shouters, caution and prudence? 
en: Listen, are you breathing just a little, and calling it a life? While the soul, after all, is only a window, and the opening of the window no more difficult than the wakening from a little sleep. 

en (uit ‘from the book of time’): (..) I am thinking: maybe just looking and listening is the real work. 

Maybe the world, without us, 
is the real poem.

 
30.07.2025 

de weg terugvinden, dacht ik eerder, maar dat gaat niet. 

ik denk dat ik momenteel op zoek ben naar juist die dingen in mezelf die niet, nooit zijn veranderd, hopende op een beetje houvast. mijn ik ontdaan van eigenschappen. looking for my soul.

(byung-chul han in the scent of time (‘the round dance of the world’): nothing progresses without returning.)

het sterrige van ons zijn

ja, de biografieën zijn gearriveerd. maar mijn hoofd is momenteel vooral druk met seneca's letters from a stoic en essays van ralph waldo emerson.

van die gasten die de meeste mensen alleen lezen omdat het moet. ben ik een snob. maar wat nou als dit eigenlijk en stiekem boeken zijn die alleen en voornamelijk nadenken over de vragen die ons allemaal van jongs-af-aan bezig houden.

& dat al duizenden jaren lang.

& omdat seneca leefde in een tijd waar de wereld werd gezien als iets dat samen( )leeft werd er nauwelijks nagedacht over de verschillen. keken ze naar wat er was en was dat genoeg?
wat bedoel ik daarmee. iets als: niet te ver wegraken van de vogelzang en zomerwind, nu. 
ook bedoel ik: leven is leren leven. 

het is een beetje alsof wij moderne mensen voorbij gaan aan wat we denken te weten maar dat denken-weten gebeurt alleen in theorie of woont ergens verstopt in ons: we zien het niet: ik lees seneca en het is bijna alsof ik cliché lees maar de ideeën die hij uitwerkte, opschreef (hij & de rest; epictetus, marcus aurelius, ik vergeet niet dat er meer zijn maar deze lui liggen naast me) maken onderdeel uit van onze cultuur, ons zijn, zozeer dat het lastig is om te bedenken dat er een tijd was dat deze inzichten nog niet in ons bewustzijn leefden. dan pas, bij het wegdenken van een theorie, dan pas kan ik een gevoel krijgen voor de grootsheid van het kleinste idee. er rust zó veel op wat destijds werd bedacht. en het rust ín ons.

ralph waldo emersons schrijft in zijn essay ‘history’:

what is the foundation of that interest all men feel in greek history, letters, art, and poetry, in all its periods, from the heroic or homeric age down to the domestic life of the athenians and spartans, four or five centuries later? what but this, that every man passes personally through a grecian period. the grecian state is the era of the bodily nature, the perfection of the senses,—of the spiritual nature unfolded in strict unity with the body.

ik weet niet of dit klopt, of iedereen ooit die interesse voelt kriebelen. ik weet dat het voor mij begon toen ik in mijn eerste havo-jaar zat, ik had al wel eerder gehoord over persephone en zeus en pallas athene maar toen ik twaalf jaar was besefte ik pas dat er een hele wereld, geschiedenis & cultuur, een grote verzameling verhalen verstopt zat achter de namen van die goden. en begon ik "gevoel" te krijgen voor tijd: dat we niet in een luchtbel rondzweven door een betekenisloze ruimte, maar dat mensen nu op dezelfde manier mens zijn als mensen toen. 

en dus, vragen die nooit, nooit weggaan, juist heel druk blijven rondstuiteren op de meest ongelukkige momenten: die momenten waarop je de vragen eigenlijk niet aankunt. het zijn vragen die universeel zijn, waar velen al over na hebben gedacht, over hebben geschreven: & al dat werk lijkt enigszins te worden genegeerd. omdat het oud is. ik zeg niet dat er geen gedateerde ideeën staan beschreven, dat er ondertussen niet dieper en beter is nagedacht over deze en andere thema's—maar veel van die nieuwe ideeën rusten op een manier van denken die letterlijk eeuwenoud is. dat betekent dus dat wij het niet allemaal zelf hoeven uit te vinden: dat de lezer van nu, de denker van nu, kan meebewegen op de golven van het denken van mensen die al heel, heel lang dood zijn: maar net zo diep dachten over wijsheid en waarheid, gerechtigheid, zelfbeheersing; over liefde en verlangen en betekenis en de dood en pijn en waarom... alles, waarom alles— 

(maar ook: seneca die beweert dat geluid onze innerlijke rust niet zou mogen verstoren: of eigenlijk dat het dat alleen kan als we vanbinnen geagiteerd zijn: hij heeft duidelijk nooit hoeven slapen met een kapotte airconditioner op de achtergrond. hij beweert:

for i force my mind to become self-absorbed and not let outside things distract it. there can be absolute bedlam without so long as there is no commotion within, so long as fear and desire are not at loggerheads, so long as meanness and extravagance are not at odds and harassing each other. for what is the good of having silence throughout the neighbourhood if one's emotions are in turmoil? (tr. robin campbell)

ok, seneca. 
(soms rol ik met mijn ogen bij het lezen van dit boek.)  
maar ook: ok, seneca, you might be right. so long as fear and desire are not at loggerheads—))

*

ik begin te beseffen dat er een reden is voor onze aanhoudende interesse in the ancients. a personal grecian period. the spiritual nature unfolded in strict unity with the body. alsof het lezen van al deze geschiedenissen en gedachten ons wellicht herinneren aan wat er al is gebeurd in deze wereld: herinneren ook al waren we er niet zelf bij. wetenschappelijk gezien is alles waaruit ik besta niet nieuw. ofwel: al het sterrenstof waarvan ik gemaakt ben (ik heb geen vocabulaire voor dit onderwerp, excuseer me) heeft al flink wat meegemaakt. is het mogelijk dat mijn geest/ ziel (of iets dergelijks) contact heeft, of kan maken, met "herinneringen" die opgeslagen liggen in het sterrige van ons zijn?

maar emerson schrijft ook:

. . . this deep power in which we exist, and whose beatitude is all accessible to us, is not only self-sufficing and perfect in every hour, but the act of seeing and the thing seen, the seer and the spectacle, the subject and the object, are one. we see the world piece by piece, as the sun, the moon, the animal, the tree; but the whole, of which these are the shining parts, is the soul.

& dan denk ik: misschien is alles wel ziel en is het denken van mijn stoffelijke zijn zo verarmd dat er eerst veel moet worden opgeruimd alvorens ik werkelijk bij dat herinneren van komen. (& dan vraag ik me af: hoe is het mogelijk dat dit de norm is, nu. daar zijn te veel antwoorden op dus wellicht is het niet de juiste vraag. misschien: waarom deert het ons niet, of te weinig althans. omdat het woord betekenis betekenisloos is geworden. vraagteken. of, niet langer iets om over na te denken. instant; de verkeerde versie van nu. nog maar een vraagteken.)

3-2

de oude man slaat met zijn bijl tegen de wortels van een es. de wortels kropen over het fietspad.
nu, het vriest, stompjes boomleven bloot tegen lucht en licht.

de schaduwstrepen van de boomstammen zijn nog wit van de vorst, de rest van het grasveld alweer ontdooid.

*

raskolnikov: he did not sleep, but was as if oblivious. grieperig; feverish, a disease. dis-ease. a bad conscience being a serious illness according to nietzsche.

*

bonte specht. (onzichtbaar getik vòòr de bewegingen in de lucht.
twee. 
de een zit achter de ander aan. van tak naar tak; in de lucht. grote bochten, de achtervolger zodanig vliegend dat ik de vogel alsof van boven kan zien. de vorm van gespreide vleugels.
zonder twijfels. duur van licht groeit. en dus is dit wat gebeuren moet.

we invent anew
by surrounding ourselves with the original circumstances, we invent anew (..) 
(ralph waldo emerson, ‘history’)

zonlicht duwt zichzelf door de mist. mijn boek weerspiegelt de lucht en kleurt blauw.

i admire the love of nature in the philoctetes. in reading those fine apostrophes to sleep, to the stars, rocks, mountains, and waves, i feel time passing away as an ebbing sea. i feel the eternity of man, the identity of his thought. the greek had, it seems, the same fellow-beings as i. the sun and moon, water and fire, met his heart precisely as they meet mine. then the vaunted distinction between greek and english, between classic and roman schools, seems superficial and pedantic. when a thought of plato becomes a thought to me,—when a truth that fired the soul of pindar fires mine, time is no more. when i feel that we two meet in a perception, that our two souls are tinged with the same hue, and do, as it were, run into one, why should i measure degrees of latitude, why should i count egyptian years? (ralph waldo emerson, ‘history’)

*

overrompelend licht.
zoveel.
bijna alsof nieuw en onverwacht.

gezien: puttertjes, staart- kool- en pimpelmezen, buizerds, nog meer bonte spechten. kuif- en wilde eenden.

aangeraakt door de schaduwen van honderden takken, bomen.

plukken mos op de grond onder volwassen eiken. oranje en groene stippen op jonge, oude bomen, een taal onbegrijpelijk. ik wil weg kijken.

*

meadowlark sings and i 
greet him in return
, mary oliver:

Meadowlark, when you sing it's as if
you lay your yellow breast upon mine and say
hello, hello, and are we not 
of one family, in our delight of life?
You sing, I listen.
Both are necessary
if the world is to continue going around
night-heavy then light-laden, though not
everyone knows this or at least
not yet,

or, perhaps, has forgotten it
in the torn fields,

in the terrible debris of progress.

*

voorzichtig wiegende takken.
nieuwe lange schaduwen maar nu wijzend richting het noordoosten.
(alles hunker naar licht. hunkert ongemakkelijk naar licht.)

de verandering van buiten volgens licht.
zachter weidser.
de wolken roze.
vogels thuis.

*

these things matter.

//