gepleisterde landschappen

je jaren terug al aangetrokken voelen tot proza dat blijkbaar iets kent dat jij ook kent maar waar je geen besef van hebt. woorden die nog niet kunnen worden verbonden met het beleven; met het leven: met herinneringen en vandaag. met de beweging door dit bestaan.

nu aan de hand van een ander werken aan wat vertaalslag wordt genoemd. meer ruimte maar dat betekent: meer ruimte voor alles. voor verwarring en verlangens en twijfels. de twijfels zo immens. geen verbinding, geen duur. alles fragmentarisch. geen wonder dat het je ooit zo aantrok. 

ik heb de laatste tijd het gevoel alsof ik op allerlei manieren uit het lood sta.
(josefine klougart, een van ons slaapt) 

(enkele dagen geleden door haar land(schap) gereden maar gedurende de nacht en er was niets te zien, alleen maar snelweg. bovendien probeerde het lijf te slapen en je vocht heel hard omdat je wist dat dat niet ging lukken (denken vs gewoon doen waar je lijf om vraagt, het enorme gat tussen de twee). 

alleen maar thuis willen zijn.  

thuis komen terwijl de zon opkomt, vertraagd omdat witte wieven. overal slingers nattigheid. vegen oranjerood waar hoge bewolking de hemel bewoond.)

pas als ik ergens aan terugdenk krijg ik toegang tot wat er allemaal van mij zou moeten zijn

(bang zijn voor het gebruik van dat woord. ik. te veel, altijd het gevoel dat er te veel van is.) 

gepleisterde landschappen. de sneeuw herinnert zich alle wandelingen, je kunt je sporen niet uitwissen, de sneeuw vergeet niets, het lichaam vergeet niets. maar misschien is deze winter toch wel anders. deze winter stuift de sneeuw steeds op; het sneeuwde weer, en weer sneeuwde het. je kunt je niets herinneren, en toch twijfel je er niet aan dat er onder de sneeuw iets ligt wat je vergeten bent, iets wat je in het voorjaar terug zult vinden. 

*

een week in de lucht en nu de kater van constante verwarring (/ het geestelijke reiken naar iemand die waarschijnlijk geen boodschap heeft gehad aan jouw afwezigheid). nu het afwerpen van wat werd aangetrokken. lichamelijke vermoeidheid houdt nog heel even het alledaagse op afstand maar zodra dat dreigt te wijken: bedolven raken onder. ijle lucht verdwijnt uit het lijf. nu is het weer een kwestie van proberen eerlijk te zijn. niet dat je dat eerder niet probeerde maar het was te veel, er waren te veel: te veel stemmen wensen vragen. en nee geen optie want is dat niet waarom je de hoogte in ging (niet voor je lol in ieder geval).

josefine klougart herlezen omdat plotseling de herinnering aan verwantschap. misschien. grote boeken die gelezen moeten worden even opzij. nu—

(streepjes in plaats van wat nog niet gezegd mag worden, durft te worden, kan worden.) 
(nu het proza dat tegelijkertijd pijn doet & me draagt, vast houdt, dat begrijpt dat het inderdaad zo kan zijn: dit bestaan.) 

gedachten rammelen, een thuis dat wankelt, het gezin. een thuis dat zich ontpopt als: iets anders dan een thuis. het rammelt. een plek die de hele tijd een andere plek is, in een ander licht; en dan de klap van de thuisloosheid, het lichaam dat dreigt de gedachten te verlaten, wat heb je dan nog over, je goede wil
     daar sta je dan.
     het idee van een thuis, ideeën sowieso; wat moet je ermee. je hebt er die meekomen, en je hebt er die niet meekomen. zo simpel is het. er komt geen bus om je op te halen, er wordt geen brug gebouwd, later. een toevallige vertraging, of een vertraging die niet zomaar toevallig is, het noodlottige van een bepaald soort aarzeling die ontstaat wanneer het lichaam of het bloed door het denken wordt uitgesteld, de gedachte dat je het misschien niet haalt. zij die meekwamen: en zij die niet meekwamen.

(zoals alles schuingedrukt: uit een van ons slaapt van josefine klougart)  

een dag vandaag

30.07

ik weet niet wat er gaande is in mijn hoofd. wat al die gedachten betekenen. het voelt alsof er allerlei bezig is, plaatsvindt, zonder mijn aanwezigheid/ weten/ goedkeuren; alsof er een gesprek wordt gevoerd waar ik zelf niet bij betrokken ben.

ook begin ik het overzicht te verliezen wat betreft al mijn schrijven. ik weet niet wat ik al heb geschreven en waar het te vinden. en om een of andere reden voelt al dat schrijven losstaand van elkaar als het op verschillende plekken geschreven staat: alsof ik per ‘ruimte’ iemand anders ben. of, alsof iedere plek een andere lezer kent en ik die verschillende lezers moet vertellen over wat elders geschreven staat. hoezo ik schrijf voor mezelf. (probeer dat toch maar het blijft zo verdomd lastig.)

de laatste dagen weer vooral gezanik over moe-zijn. niet op tijd in slaap vallen, vroeg wakker worden. het komt een beetje op mij over alsof alles waar ik over denk te moeten schrijven resulteert in gezeur. ik wil geen zeur zijn.

mijn leesleven is ook enigszins chaotisch. er ligt een soort focus op lispector maar het is niet altijd even gemakkelijk om haar te lezen, a breath of life bijvoorbeeld is me soms ontzettend dierbaar en lijkt iets verderop plotseling hermetisch afgesloten, voor mijn denken althans, ineens kom ik niet in de buurt van/ dichterbij wat ze probeert te zeggen. maar misschien wist ze dat zelf ook niet. was schrijven voor haar iets dat ze onderging, zoals haar werk lezen ook wel een kwestie is van accepteren wat er op je af komt. (zoals leven? ik weet het niet, sta altijd afgewend, armen voor mijn gezicht, handpalmen naar buiten gericht. een schild.) het dwingt in ieder geval een vorm van overgave af die mij niet gemakkelijk afgaat. 

maar ook lijkt het wel alsof lispector twee soorten proza kon schrijven: zeer abstract of iets meer als stream-of-consciousness. hoewel het abstracte proza ook wel die stroom bevat. maar anders. dieper weggestopt in haar taal.

de korte verhalen zijn zeer hit/ miss. favorieten momenteel: ‘obsession’, ‘gertrudes asks for advice’, ‘love’, ‘the imitation of the rose’, ‘preciousness’, ‘the buffalo’, ‘the disasters of sofia’—haar proza is fenomenaal, ik blader door complete stories en raak weer totaal van slag. ik weet niets te vertellen over wat me zo raakt. ik weet het gewoon niet.  

naast zoveel lispector (ik herlees ook heel langzaam an apprenticeship or the book of pleasures) ben ik onlangs begonnen in een etty hillesum-biografie (koelemeijer), ben ik nog altijd war & peace aan het lezen, en lees ik zo nu en dan in de stephen mitchell-editie van the selected poetry of rainer maria rilke. de introductie van robert hass is heel fijn. ik kom beweringen tegen als:

the feeling of freedom which he found only in open, windy spaces, en


his poems have the feeling of being written from a great depth in himself. (..) they also speak to the reader so intimately. they seem whispered or crooned into our innermost ear, insinuating us toward the same depth in ourselves. (dit is wat lispector ook doet. wel, nee, ze fluistert niet, maar die diepte in ons zijn: ze schrijft van daar. en nodigt uit.)

oh, en:

he induces a kind of trance, as soon as the whispering begins:

    Yes—the springtimes needed you. Often a star
    was waiting for you to notice it. A wave rolled toward you
    out of the distant past, or as you walked

    under an open window, a violin
    yielded itself to your hearing. All this was mission.
    But could you accomplish it? Weren’t you always
    distracted by expectation, as if every event
    announced a beloved? (Where can you find a place
    to keep her, with all the huge strange thoughts inside you
    coming and going and often staying all night.)

look at how he bores into us. that caressing voice seems to be speaking to the solitary walker in each of us who is moved by springtimes, stars, oceans, the sound of music. and then he reminds us that those things touch off in us a deeper longing. first, there is the surprising statement that the world is a mission, and the more surprising question about our fitness for it. then, with another question, he brings us to his intimacy with our deeper hunger. and then he goes below that, to the still more solitary self with its huge strange thoughts. it is as if he were peeling of layers of the apparent richness of the self, arguing us back to the poverty of a great, raw, objectless longing.

ik voel niet alleen een verwantschap vanwege de ideeën achter de woorden, maar ook omwille de gekozen woorden zelf. niet alleen met rilke dus, maar ook met hass (en stephen mitchell want hij vertaalde al die rilke-woorden). hoe te denken/ schrijven over poëzie. of niet eens schrijven: hoe betreed, beleef je poëzie. (heeft hass meer over poëzie lezen geschreven?) 

—poëzie die direct tot de lezer spreekt (questions), zichzelf niet verbergt. een schrijver die zijn ernst niet verbergt. poëzie om midden in de nacht te lezen.

,
maar ik kan dit niet. ik kan me niet volledig verdiepen in hillesum terwijl lispector lezen me al zo bezig houdt. dat haat ik want ik wil mijn nieuwsgierigheid volgen: dat is hoe ik altijd mijn gang ben gegaan. gewoon gaan waar gegaan moet worden. als het volgen van will o'-the-wisps.

namelijk: naast al dat komt een lees-project in groepsverband: ulysses van james joyce. en samen met mijn neefje ga ik de reisgenoten van tolkien lezen.

te veel boeken? misschien?
 
ik ga war & peace pauzeren. hillesum terug op de boekenplank zetten. ulysses zal twee maanden duren. rilke’s poëzie blijft, net als lispector. waar zal de verdwaling toe leiden. 

the bark of a tree and not the tree (buiten en binnen: zijn)

er zijn boeken die ik leef, naast dat ik ze lees. boeken waar ik mee leef, die meeleven—omdat ze me ergens raken waar weinig andere boeken (/ mensen) bij in de buurt komen. een boek als metgezel, als brug naar een wereld waarvan ik niet wist dat een groot deel van mij zich daar doorgaans bevindt.

(to read these books was to be held, schrijft suzanne scanlon.)

soms reiken boeken simpelweg naar binnen, zonder waarschuwing of vragen om toestemming. weerklank/ resonantie. (byung-chul han schrijft in over het verdwijnen van rituelen: ‘resonantie is geen echo van het 'zelf'. resonantie impliceert de dimensie van het andere. ze betekent samenklank.’)

*

(..) something broke in me and left me with a nerve split in two. in the beginning the extremities linked to the cut hurt me so badly that i paled in pain and perplexity. however the split places gradually scarred over. until coldly, i no longer hurt. i changed, without planning to. i used to look at you from my inside outward and from the inside of you, which because of love, i could guess. after the scarring i started to look at you from the outside in. and also to see myself from the outside in: i had transformed myself into a heap of facts and actions whose only root was in the domain of logic. at first i couldn't associate me with myself. where am i? i wondered. and the one who answered was a stranger who told me coldly and categorically: you are yourself. slowly, as i stopped looking for myself i ended up distracted and without purpose. i'm good at theorizing. i, who empirically live. i dialogue with myself: i expose and wonder what was exposed, i expose and refute, i pose questions to an invisible audience and they spur me on with their replies. when i look at myself from the outside in i am the bark of a tree and not the tree. i didn't feel pleasure. after i recovered my contact with myself i impregnated myself and the result was the agitated birth of a pleasure completely different from what they call pleasure. (clarice lispector, a breath of life p38/ tr. johnny lorenz (penguin modern classics)

clarice lispector lezen betekent totaal uit mijn lood worden geslagen, iedere keer weer. haar werk is persoonlijk, was dat voor haar (i write as if to save someone's life. probably my own, schreef ze in a breath of life. ja het is fictie maar.) en is dat voor mij. ik bedoel: ze schreef over dingen die ook van mij zijn; ze schreef over de knopen die ik in mijn eigen leven heb gelegd—leven, lijf, ziel.

las ik haar zo lang niet omdat ik mezelf niet lezen kon (dat lukt nog altijd zelden) en haar werk me, ondanks mijn diepe bewondering, een ongemakkelijk gevoel bezorgde; ik de aantrekkingskracht niet begreep/ op waarde kon schatten?

ik geloof niet dat ik ooit op een dergelijke manier door een schrijver ben gezien. dit is absurd, schiet almaar door mijn hoofd.



a pleasure completely different from what they call pleasure
, doet me denken aan wat audre lorde in sister outsider over ‘the erotic’ schreef. onder andere: it is an internal sense of satisfaction. en: the erotic is a measure between the beginnings of our sense of self and the chaos of our strongest feelings.

bovenal: the erotic is not a question only of what we do; it is a question of how acutely and fully we can feel in the doing. once we know the extent to which we are capable of feeling that sense of satisfaction and completion, we can then observe which of our various life endeavors brings us closest to that fullness.  

lispector's lef beangstigt me. hoe durfde ze. en ook: hoe? ze was in staat te schrijven over situaties, etcetera, die voor mij vaak onvertaalbaar lijken. (niet alleen herkenning dus maar ook ongeloof over wat ze flikt.)

ideeën opschrijven lijkt eenvoudig, tot je het probeert: het denken in mijn hoofd bestaat niet uit woorden, taal, is eerder een samenraapsel: de aanraking van het moment zelf met associaties, herinneringen, sensaties (&c—); de aanraking van binnen met buiten. (emerson over schrijven: it is the blending of experience with the present action of the mind.) lispector lezen betekent herinnerd worden aan die liminal space, het geworstel van zowel buiten en binnen: zijn, en de relatie van het lijf met tijd en ruimte en, wellicht, ziel. en nergens iets van begrijpen. wel: getuige zijn. 

maar lispector lezen gaat niet over begrijpen wat er staat geschreven. ik heb onlangs iemand horen beweren dat ze niet schreef om te begrijpen maar juist dat tegenovergestelde: de confrontatie aangaan met het niet-begrijpen. oh, al haar personages zoeken heel hard naar een antwoord maar lispectors 'verhalen' beweging daar nooit echt naartoe. vinden is niet de intentie. lispector peurt graag in momenten, ideeën, twijfels: dook in rabbit holes. en de rabbit hole altijd het zelf, in relatie met. wat dat dan ook mag betekenen: dat onderzoek naar het onverklaarbare, mystieke element van iemand-zijn. ieder boek een spiritueel experiment.

*

(de relatie van ziel met het aanraakbare
                      het onbevattelijke met logica
het zoeken naar een balans—hoe hier te zijn maar ook daar, alsof een andere dimensie (niet letterlijk maar figuurlijk voorbij de afmetingen van wat we kennen). of hoe het daar met hier te vervlechten.)

(oh, hoe te schrijven over clarice lispector.) 

//