the doctrine of inspiration is lost

26.03

wederom de neiging een nieuwe blog te maken. elders. een nieuwe naam. te verdwijnen om elders te verschijnen. alsof een nieuw begin of nieuw leven maar er is niets nieuws aan mij, in wezen. dus waarom nieuw. 

de illusie dat iemand me hier überhaupt weet te vinden.

*

het gevoel dat alles me af is gepakt, dat wat me lief was. dat wat persoonlijk was. in zekere zin liet ik het gebeuren, zoals altijd, which is what frightens me deeply. ondertussen is het zover gekomen dat de dingen die me blij maakten, ooit, me geen energie meer geven. dat was althans lang het geval, ik geloof dat er verandering plaats vindt. ik ben niet zo goed in voelen. ik bedoel ik ben niet zo goed in weten wat ik voel. dat is gek want voelen zou iets persoonlijks moeten zijn en die relatie is er niet, ofzo. 

(ik bedoel ook: mijn liefdes werden me uit de handen genomen, moesten plotseling nuttig zijn of gedeeld worden. het mocht niet van mij blijven zijn. 

eerlijk: het was vrijwillig. het was een idee van een ander, ik begreep niet waar ik aan begon. nu pas dringt het tot me door dat het voelde als betaalmiddel, als verplichting: geef ons dit, dan mag jij hier zijn. & als dat niet gaat, verzin dan een andere manier.

de constante beweging. golven, storm, en de kalmte (soms) daar voor. want altijd was er weer een storing op komst.)

*

wat niet ging: lezen, nadenken, schrijven. ik merk nu dat een deel van mij in een depressie is beland omdat het niet wordt gebruikt: het nadenken over wat ik zie, beleef, lees, droom. ik weet niet waarom het me niet lukt(e). lezen was ineens een opgave & dat was het nooit. aan de andere kant merk ik, nu ik weer meer lees, dat het is veranderd: mijn lezen gaat trager, dieper. ik houd alleen nog in een notitieboek bij waar ik aan begin, achterin, een soort lijst. nergens anders. de druk te presteren hangt overal overheen & ik heb besloten, besluit eigenlijk bij deze, dat ik daar niet meer aan mee doe. 

(dat is een work in process. en een lang proces. schreef er een half jaar geleden al over. ben alleen maar dieper weggezakt.)

mijn lezen gaat dus trager, dieper. lees wellicht twee boeken per maand. las onlangs the lost daughter van elena ferrante en genoot er ontzettend van, ging direct opzoek naar tweedehands exemplaren van de ‘neapolitan novels’. boek één is uit, boek twee half. misschien ligt het aan de vertaler, ann goldstein. ik ken de italiaanse taal niet en kan dus niets zeggen over hoe ze het beïnvloed, etcetera. maar wat ik lees vind ik steengoed. vele jaren geleden las ik de nederlandse vertalingen en raakte ik verveeld. maar dat kan aan mij liggen. ik houd in ieder geval ineens van elena ferrante en dat maakt me bij, deze nieuwe liefde: ik kan het nog.

het is belangrijk dat ik deze boeken nu lees, geloof ik.

eerder las ik dostojevski's the idiot en dat belang van hierboven geldt ook voor dit boek. ook van the idiot  houd ik. zo nu en dan begreep ik er niets van, ik voelde me de idioot van de titel, maar dat stoorde me niet. en dus las ik door. het is een intens triest boek, maar prachtig. ach en daarvoor las ik aldous huxley's brave new world, herlas ik ray bradbury's fahrenheit 451. ook herlas ik wuthering heights en sense & sensibility. waarom juist die austen terwijl ik nog altijd emma niet heb gelezen?

ik ben een beetje losgeraakt van moderne fictie. weet niet wat er wordt gepubliceerd, gelezen, geschreven, heb geen benul van welke boeken prijzen aan het winnen zijn. i don't care. voor nu omring ik me liever met klassiekers & ik vermoed dat dit een levenslange liefdesaffaire zal zijn. 

*

het grote probleem wellicht mijn crush op iemand uit een andere wereld.
ik weet niet hoe dit werkt voor anderen maar mij overkomt dit niet zo vaak. en ik wil het niet negeren vanwege dat. maar ik maak me ook zorgen omdat dat andere. een totaal andere wereld. 

oh ja en mijn onvermogen hier mee om te gaan. niet normaal kunnen zijn en hem in de ogen kijken. zelfs wegkijken. omdat ik anders dood ga, ofzo. 

(de neiging duizendmaal sorry te zeggen voor mijn niet-weten wat te doen.)

een probleem omdat ik niet weet of in dit mentaal aan kan. mocht er iets gebeuren, mocht ik hem ooit aan durven kijken en toch niet blijk te smelten, mocht dat alles: ik weet niet of ik dan overeind kan blijven staan. dat bedoel ik zowel letterlijk als van binnen: ik geef zo ontzettend snel alles weg, verdwijn zo gemakkelijk, eindig dan leeg en verdrietig omdat ik mezelf weer heb gedwongen mijn vorm aan te passen aan de verwachte wensen van anderen.

*

the doctrine of inspiration is lost; the base doctrine of the majority of voices, usurps the place of the doctrine of the soul. miracles, prophecy, poetry; the ideal life, the holy life, exist as ancient history merely; they are not in the belief, nor in the aspiration of society; but, when suggested, seem ridiculous. life is comic or pitiful, as soon as the high ends of being fade out of sight, and man becomes nearsighted, and can only attend to what addresses the senses. (ralph waldo emerson, the divinity school address (in library of america's essays & lectures)

spoken

20.09 

spoken 

spoken als niet hier maar toch hier 
spoken als others can't see;
als persoonlijke geesten, mijn kleuren mijn geuren mijn verleden mijn beleven verstenen verdwijnen

*

verdwijnen achter woorden van anderen omdat niet genoeg vertrouwen in eigen beleving. alsof de zintuigen defect zijn, of simpelweg mijn brein, niet in staat impressies te vertalen naar iets dat wellicht logisch is. kan zijn. 

the particular the universal 
anything beyond nothing—

the tenderness i feel (portishead, 'the rip')

gewoon een nest. to be brave is to not turn away.


24.09


(toevallig zilver.)


27.09 

spoken als hier maar toch niet hier.

*

nu zelfs afstand van woorden. lagen warmte aantrekken, maken, herfst maar ook—wat is het. honger. zien. verdwijnen.
(herhaal.)

she was pretending as if it really were true, amidst the pretending she needed to speak the truth of an opaque stone so it could contrast with the glinting green pretending, pretends that she loves and is loved

pretends that her chest is relaxing and a weightless golden light is guiding her through a forest of silent pools and tranquil mortalities

trying so hard to learn life

nothing was flowing. the difficulty was a motionless thing.

she was waiting. (..) nothing happened.

she wanted things "to happen" and not set them in motion herself

(alles schuingedrukt uit an apprenticeship or the book of pleasures van clarice lispector (penguin modern classics: p4, 5, 7, 13, 19, 92))


14.05

(..)
appel, appel, apple, appel. 
(..)

raak me aan is het lied. maar waar is de tijd.


28.09

mistig vanmorgen, 09:02 uur.

ik liep vanmorgen langs een veld vol schapen en moest aan farmer oak denken (uit thomas hardy's far from the madding crowd); another man who waited. maar: fictief, net als lispectors ulisses.

i must not question the mystery in order not to betray the miracle. (lispector, p80) 

going beyond one's person

spoken. 

/ genoeg. te veel afleiding. terug naar de boeken, het lezen. (het (laten) vormen.)
retracing steps from earlier this year. 

*

“(..) Kenneth White makes the distinction between five ways of reading: skating-reading and gobble-reading devoted respectively to newspapers and most novels; study-reading, which we do when we want to learn something; meditation-reading which entails ‘texts of high specific density’; and finally illumination-reading, which he describes as ‘almost a state of grace’.”

“(..) the way in which Kenneth White sees reading: as the possibility of going beyond his person to create a new transpersonal context.

It is often and wrongly believed that writing consists of ‘personal expression of the treatment of a problem’. For White, what matters on the contrary is ‘the explosion and the expansion of the person’ and the ‘penetration into a space’. This space exists outside the pervasive and much abused myth of personal genius, and beyond any preoccupation with so-called and often illusory ‘originality’. What is ultimately interesting is the ‘cultural network that someone can create, reveal and radiate’.”

 
“‘I'm looking for a world’, he explains, ‘and if someone seems to me to have approached this world in an admirable way, I salute him and quote him, not content to just borrow ideas on the sly and boil them down into some homogeneous soup.’ This comes from a certain intellectual honesty: to recognise that one is not the inventor of everything, all by oneself. But it is also an integral part of a cultural strategy: ‘When a voice is alone in the desert, it will not have much influence, but when it presents a whole current...’ It also involves a certain mental topology: ‘like abrupt landscapes and mindspaces, with a quotation set in it like a rock in the sea.’”

 
“‘What, among other things, a book like this can do,’ says White about his book on Antonin Artaud, ‘is to bring together minds and energies that never met, or hardly met, in actual life (..)’”

—anne bineau in ‘a geographer of the mind: kenneth white as reader and writer’; p. 123-135 in grounding a world. essays on the work of kenneth white

//