30.07
ik weet niet wat er gaande is in mijn hoofd. wat al die gedachten betekenen. het voelt alsof er allerlei bezig is, plaatsvindt, zonder mijn aanwezigheid/ weten/ goedkeuren; alsof er een gesprek wordt gevoerd waar ik zelf niet bij betrokken ben.
ook begin ik het overzicht te verliezen wat betreft al mijn schrijven. ik weet niet wat ik al heb geschreven en waar het te vinden. en om een of andere reden voelt al dat schrijven losstaand van elkaar als het op verschillende plekken geschreven staat: alsof ik per ‘ruimte’ iemand anders ben. of, alsof iedere plek een andere lezer kent en ik die verschillende lezers moet vertellen over wat elders geschreven staat. hoezo ik schrijf voor mezelf. (probeer dat toch maar het blijft zo verdomd lastig.)
de laatste dagen weer vooral gezanik over moe-zijn. niet op tijd in slaap vallen, vroeg wakker worden. het komt een beetje op mij over alsof alles waar ik over denk te moeten schrijven resulteert in gezeur. ik wil geen zeur zijn.
mijn leesleven is ook enigszins chaotisch. er ligt een soort focus op lispector maar het is niet altijd even gemakkelijk om haar te lezen, a breath of life bijvoorbeeld is me soms ontzettend dierbaar en lijkt iets verderop plotseling hermetisch afgesloten, voor mijn denken althans, ineens kom ik niet in de buurt van/ dichterbij wat ze probeert te zeggen. maar misschien wist ze dat zelf ook niet. was schrijven voor haar iets dat ze onderging, zoals haar werk lezen ook wel een kwestie is van accepteren wat er op je af komt. (zoals leven? ik weet het niet, sta altijd afgewend, armen voor mijn gezicht, handpalmen naar buiten gericht. een schild.) het dwingt in ieder geval een vorm van overgave af die mij niet gemakkelijk afgaat.
maar ook lijkt het wel alsof lispector twee soorten proza kon schrijven: zeer abstract of iets meer als stream-of-consciousness. hoewel het abstracte proza ook wel die stroom bevat. maar anders. dieper weggestopt in haar taal.
de korte verhalen zijn zeer hit/ miss. favorieten momenteel: ‘obsession’, ‘gertrudes asks for advice’, ‘love’, ‘the imitation of the rose’, ‘preciousness’, ‘the buffalo’, ‘the disasters of sofia’—haar proza is fenomenaal, ik blader door complete stories en raak weer totaal van slag. ik weet niets te vertellen over wat me zo raakt. ik weet het gewoon niet.
naast zoveel lispector (ik herlees ook heel langzaam an apprenticeship or the book of pleasures) ben ik onlangs begonnen in een etty hillesum-biografie (koelemeijer), ben ik nog altijd war & peace aan het lezen, en lees ik zo nu en dan in de stephen mitchell-editie van the selected poetry of rainer maria rilke. de introductie van robert hass is heel fijn. ik kom beweringen tegen als:
the feeling of freedom which he found only in open, windy spaces, en
his poems have the feeling of being written from a great depth in himself. (..) they also speak to the reader so intimately. they seem whispered or crooned into our innermost ear, insinuating us toward the same depth in ourselves. (dit is wat lispector ook doet. wel, nee, ze fluistert niet, maar die diepte in ons zijn: ze schrijft van daar. en nodigt uit.)
oh, en:
he induces a kind of trance, as soon as the whispering begins:
Yes—the springtimes needed you. Often a star
was waiting for you to notice it. A wave rolled toward you
out of the distant past, or as you walked
under an open window, a violin
yielded itself to your hearing. All this was mission.
But could you accomplish it? Weren’t you always
distracted by expectation, as if every event
announced a beloved? (Where can you find a place
to keep her, with all the huge strange thoughts inside you
coming and going and often staying all night.)
look at how he bores into us. that caressing voice seems to be speaking to the solitary walker in each of us who is moved by springtimes, stars, oceans, the sound of music. and then he reminds us that those things touch off in us a deeper longing. first, there is the surprising statement that the world is a mission, and the more surprising question about our fitness for it. then, with another question, he brings us to his intimacy with our deeper hunger. and then he goes below that, to the still more solitary self with its huge strange thoughts. it is as if he were peeling of layers of the apparent richness of the self, arguing us back to the poverty of a great, raw, objectless longing.
ik voel niet alleen een verwantschap vanwege de ideeën achter de woorden, maar ook omwille de gekozen woorden zelf. niet alleen met rilke dus, maar ook met hass (en stephen mitchell want hij vertaalde al die rilke-woorden). hoe te denken/ schrijven over poëzie. of niet eens schrijven: hoe betreed, beleef je poëzie. (heeft hass meer over poëzie lezen geschreven?)
—poëzie die direct tot de lezer spreekt (questions), zichzelf niet verbergt. een schrijver die zijn ernst niet verbergt. poëzie om midden in de nacht te lezen.
,
maar ik kan dit niet. ik kan me niet volledig verdiepen in hillesum terwijl lispector lezen me al zo bezig houdt. dat haat ik want ik wil kijk nieuwsgierigheid volgen: dat is hoe ik altijd mijn gang ben gegaan. gewoon gaan waar gegaan moet worden. als het volgen van will o'-the-wisps, maar dan zonder te verdwalen. wel, doorgaans, nu gaat het dus behoorlijk fout.
namelijk: naast al dat komt een lees-project in groepsverband: ulysses van james joyce. en samen met mijn neefje ga ik de reisgenoten van tolkien lezen.
te veel boeken? misschien?
ik ga war & peace pauzeren. hillesum terug op de boekenplank zetten. ulysses zal twee maanden duren. rilke’s poëzie blijft, net als lispector. waar zal de verdwaling toe leiden.