een dag vandaag

30.07

ik weet niet wat er gaande is in mijn hoofd. wat al die gedachten betekenen. het voelt alsof er allerlei bezig is, plaatsvindt, zonder mijn aanwezigheid/ weten/ goedkeuren; alsof er een gesprek wordt gevoerd waar ik zelf niet bij betrokken ben.

ook begin ik het overzicht te verliezen wat betreft al mijn schrijven. ik weet niet wat ik al heb geschreven en waar het te vinden. en om een of andere reden voelt al dat schrijven losstaand van elkaar als het op verschillende plekken geschreven staat: alsof ik per ‘ruimte’ iemand anders ben. of, alsof iedere plek een andere lezer kent en ik die verschillende lezers moet vertellen over wat elders geschreven staat. hoezo ik schrijf voor mezelf. (probeer dat toch maar het blijft zo verdomd lastig.)

de laatste dagen weer vooral gezanik over moe-zijn. niet op tijd in slaap vallen, vroeg wakker worden. het komt een beetje op mij over alsof alles waar ik over denk te moeten schrijven resulteert in gezeur. ik wil geen zeur zijn.

mijn leesleven is ook enigszins chaotisch. er ligt een soort focus op lispector maar het is niet altijd even gemakkelijk om haar te lezen, a breath of life bijvoorbeeld is me soms ontzettend dierbaar en lijkt iets verderop plotseling hermetisch afgesloten, voor mijn denken althans, ineens kom ik niet in de buurt van/ dichterbij wat ze probeert te zeggen. maar misschien wist ze dat zelf ook niet. was schrijven voor haar iets dat ze onderging, zoals haar werk lezen ook wel een kwestie is van accepteren wat er op je af komt. (zoals leven? ik weet het niet, sta altijd afgewend, armen voor mijn gezicht, handpalmen naar buiten gericht. een schild.) het dwingt in ieder geval een vorm van overgave af die mij niet gemakkelijk afgaat. 

maar ook lijkt het wel alsof lispector twee soorten proza kon schrijven: zeer abstract of iets meer als stream-of-consciousness. hoewel het abstracte proza ook wel die stroom bevat. maar anders. dieper weggestopt in haar taal.

de korte verhalen zijn zeer hit/ miss. favorieten momenteel: ‘obsession’, ‘gertrudes asks for advice’, ‘love’, ‘the imitation of the rose’, ‘preciousness’, ‘the buffalo’, ‘the disasters of sofia’—haar proza is fenomenaal, ik blader door complete stories en raak weer totaal van slag. ik weet niets te vertellen over wat me zo raakt. ik weet het gewoon niet.  

naast zoveel lispector (ik herlees ook heel langzaam an apprenticeship or the book of pleasures) ben ik onlangs begonnen in een etty hillesum-biografie (koelemeijer), ben ik nog altijd war & peace aan het lezen, en lees ik zo nu en dan in de stephen mitchell-editie van the selected poetry of rainer maria rilke. de introductie van robert hass is heel fijn. ik kom beweringen tegen als:

the feeling of freedom which he found only in open, windy spaces, en


his poems have the feeling of being written from a great depth in himself. (..) they also speak to the reader so intimately. they seem whispered or crooned into our innermost ear, insinuating us toward the same depth in ourselves. (dit is wat lispector ook doet. wel, nee, ze fluistert niet, maar die diepte in ons zijn: ze schrijft van daar. en nodigt uit.)

oh, en:

he induces a kind of trance, as soon as the whispering begins:

    Yes—the springtimes needed you. Often a star
    was waiting for you to notice it. A wave rolled toward you
    out of the distant past, or as you walked

    under an open window, a violin
    yielded itself to your hearing. All this was mission.
    But could you accomplish it? Weren’t you always
    distracted by expectation, as if every event
    announced a beloved? (Where can you find a place
    to keep her, with all the huge strange thoughts inside you
    coming and going and often staying all night.)

look at how he bores into us. that caressing voice seems to be speaking to the solitary walker in each of us who is moved by springtimes, stars, oceans, the sound of music. and then he reminds us that those things touch off in us a deeper longing. first, there is the surprising statement that the world is a mission, and the more surprising question about our fitness for it. then, with another question, he brings us to his intimacy with our deeper hunger. and then he goes below that, to the still more solitary self with its huge strange thoughts. it is as if he were peeling of layers of the apparent richness of the self, arguing us back to the poverty of a great, raw, objectless longing.

ik voel niet alleen een verwantschap vanwege de ideeën achter de woorden, maar ook omwille de gekozen woorden zelf. niet alleen met rilke dus, maar ook met hass (en stephen mitchell want hij vertaalde al die rilke-woorden). hoe te denken/ schrijven over poëzie. of niet eens schrijven: hoe betreed, beleef je poëzie. (heeft hass meer over poëzie lezen geschreven?) 

—poëzie die direct tot de lezer spreekt (questions), zichzelf niet verbergt. een schrijver die zijn ernst niet verbergt. poëzie om midden in de nacht te lezen.

,
maar ik kan dit niet. ik kan me niet volledig verdiepen in hillesum terwijl lispector lezen me al zo bezig houdt. dat haat ik want ik wil mijn nieuwsgierigheid volgen: dat is hoe ik altijd mijn gang ben gegaan. gewoon gaan waar gegaan moet worden. als het volgen van will o'-the-wisps.

namelijk: naast al dat komt een lees-project in groepsverband: ulysses van james joyce. en samen met mijn neefje ga ik de reisgenoten van tolkien lezen.

te veel boeken? misschien?
 
ik ga war & peace pauzeren. hillesum terug op de boekenplank zetten. ulysses zal twee maanden duren. rilke’s poëzie blijft, net als lispector. waar zal de verdwaling toe leiden. 

the bark of a tree and not the tree (buiten en binnen: zijn)

er zijn boeken die ik leef, naast dat ik ze lees. boeken waar ik mee leef, die meeleven—omdat ze me ergens raken waar weinig andere boeken (/ mensen) bij in de buurt komen. een boek als metgezel, als brug naar een wereld waarvan ik niet wist dat een groot deel van mij zich daar doorgaans bevindt.

(to read these books was to be held, schrijft suzanne scanlon.)

soms reiken boeken simpelweg naar binnen, zonder waarschuwing of vragen om toestemming. weerklank/ resonantie. (byung-chul han schrijft in over het verdwijnen van rituelen: ‘resonantie is geen echo van het 'zelf'. resonantie impliceert de dimensie van het andere. ze betekent samenklank.’)

*

(..) something broke in me and left me with a nerve split in two. in the beginning the extremities linked to the cut hurt me so badly that i paled in pain and perplexity. however the split places gradually scarred over. until coldly, i no longer hurt. i changed, without planning to. i used to look at you from my inside outward and from the inside of you, which because of love, i could guess. after the scarring i started to look at you from the outside in. and also to see myself from the outside in: i had transformed myself into a heap of facts and actions whose only root was in the domain of logic. at first i couldn't associate me with myself. where am i? i wondered. and the one who answered was a stranger who told me coldly and categorically: you are yourself. slowly, as i stopped looking for myself i ended up distracted and without purpose. i'm good at theorizing. i, who empirically live. i dialogue with myself: i expose and wonder what was exposed, i expose and refute, i pose questions to an invisible audience and they spur me on with their replies. when i look at myself from the outside in i am the bark of a tree and not the tree. i didn't feel pleasure. after i recovered my contact with myself i impregnated myself and the result was the agitated birth of a pleasure completely different from what they call pleasure. (clarice lispector, a breath of life p38/ tr. johnny lorenz (penguin modern classics)

clarice lispector lezen betekent totaal uit mijn lood worden geslagen, iedere keer weer. haar werk is persoonlijk, was dat voor haar (i write as if to save someone's life. probably my own, schreef ze in a breath of life. ja het is fictie maar.) en is dat voor mij. ik bedoel: ze schreef over dingen die ook van mij zijn; ze schreef over de knopen die ik in mijn eigen leven heb gelegd—leven, lijf, ziel.

las ik haar zo lang niet omdat ik mezelf niet lezen kon (dat lukt nog altijd zelden) en haar werk me, ondanks mijn diepe bewondering, een ongemakkelijk gevoel bezorgde; ik de aantrekkingskracht niet begreep/ op waarde kon schatten?

ik geloof niet dat ik ooit op een dergelijke manier door een schrijver ben gezien. dit is absurd, schiet almaar door mijn hoofd.



a pleasure completely different from what they call pleasure
, doet me denken aan wat audre lorde in sister outsider over ‘the erotic’ schreef. onder andere: it is an internal sense of satisfaction. en: the erotic is a measure between the beginnings of our sense of self and the chaos of our strongest feelings.

bovenal: the erotic is not a question only of what we do; it is a question of how acutely and fully we can feel in the doing. once we know the extent to which we are capable of feeling that sense of satisfaction and completion, we can then observe which of our various life endeavors brings us closest to that fullness.  

lispector's lef beangstigt me. hoe durfde ze. en ook: hoe? ze was in staat te schrijven over situaties, etcetera, die voor mij vaak onvertaalbaar lijken. (niet alleen herkenning dus maar ook ongeloof over wat ze flikt.)

ideeën opschrijven lijkt eenvoudig, tot je het probeert: het denken in mijn hoofd bestaat niet uit woorden, taal, is eerder een samenraapsel: de aanraking van het moment zelf met associaties, herinneringen, sensaties (&c—); de aanraking van binnen met buiten. (emerson over schrijven: it is the blending of experience with the present action of the mind.) lispector lezen betekent herinnerd worden aan die liminal space, het geworstel van zowel buiten en binnen: zijn, en de relatie van het lijf met tijd en ruimte en, wellicht, ziel. en nergens iets van begrijpen. wel: getuige zijn. 

maar lispector lezen gaat niet over begrijpen wat er staat geschreven. ik heb onlangs iemand horen beweren dat ze niet schreef om te begrijpen maar juist dat tegenovergestelde: de confrontatie aangaan met het niet-begrijpen. oh, al haar personages zoeken heel hard naar een antwoord maar lispectors 'verhalen' beweging daar nooit echt naartoe. vinden is niet de intentie. lispector peurt graag in momenten, ideeën, twijfels: dook in rabbit holes. en de rabbit hole altijd het zelf, in relatie met. wat dat dan ook mag betekenen: dat onderzoek naar het onverklaarbare, mystieke element van iemand-zijn. ieder boek een spiritueel experiment.

*

(de relatie van ziel met het aanraakbare
                      het onbevattelijke met logica
het zoeken naar een balans—hoe hier te zijn maar ook daar, alsof een andere dimensie (niet letterlijk maar figuurlijk voorbij de afmetingen van wat we kennen). of hoe het daar met hier te vervlechten.)

(oh, hoe te schrijven over clarice lispector.) 

hibernation

you live like this, sheltered, in a delicate world, and you believe you are living. then you read a book (lady chatterley, for instance), or you take a trip, or you talk with richard, and you discover that you are not living, that you are hibernating. the symptoms of hibernating are easily detectable: first, restlessness. the second symptom (when hibernating becomes dangerous and might degenerate into death): absence of pleasure. that is all. it appears like an innocuous illness. monotony, boredom, death. millions live like this (or die like this) without knowing it. they work in offices. they drive in a car. they picnic with their families. they raise children. and then some shock treatment takes place, a person, a book, a song, and it awakens them and saves them from death.

the journals of anaïs nin, volume one (1931-1934)

26 juni 2026

onlangs schreef holly wren spaulding (van poetry forge) in een nieuwsbrief: we are in a season that wants to be fully experienced, through the senses. ze spreekt, natuurlijk, over de zomer.

de zomer een seizoen waar ik nooit aan heb kunnen wennen.
de zomer een seizoen waar ik niet van houd. 

sinds ik die woorden las, wants to be fully experienced, through the senses, blijf ik er over nadenken. misschien verklaart het waarom ik altijd een vijandigheid voel jegens de zomer. want zo moet ik het omschrijven, geloof ik. te veel licht te lange dagen te luide mensen te veel activiteiten, & te hoge temperaturen. dat laatste is mijn grootste bezwaar. alles benauwd me tijdens te warme dagen. alsof een vorm van claustrofobie. tuin op het zuiden en dus al snel een handvol stille hitte. gordijnen dicht om de zon te weren, schaduwdoeken in de tuin, deuren en ramen dicht --- muren overal.

*

to be fully experienced through the senses
ie.: bodily. lijfelijk.

(lispector in an apprenticeship: .. her pachydermic resistance to letting the world enter her (p50))

het probleem is het lijf. 
het ongemak te moeten voelen.  

an apprenticeship: het begin het midden. appels (her best food).

the necessary death in the middle of the day

(kan ik niet gewoon een boek gebruiken om vorm te geven aan wat er wordt aangeraakt door de woorden van een ander. het idee dat die ander ooit werd aangeraakt door een soortgelijke ervaring en wist te vertellen over de kern van het voelen. ongetwijfeld andere omstandigheden maar. binnenin. binnenin middenin hetzelfde.) 

(de vraag: hoe schrijf je over verlangen.
dezelfde vraag als: hoe te schrijven over waar je niet over schrijven wilt. kunt.

nu: de realisatie dat het eindresultaat niet uitmaakt. dat het niet van belang is of er iets gaat gebeuren (dit heb ik eerder opgeschreven, sindsdien is er niets gebeurt dat dit verlangen (mijn verlangen) heeft gestild), wat dat iets zal zijn (of, dus: niet): het gaat over dit willen. 

soms voelt het letterlijk alsof mijn hart zich van mijn lijf wil scheiden. 
de beweging naar buiten-mij is begonnen. 

dat betekent: (oh laat ik de pijn niet voelen) dat ik mezelf nog altijd afrem. mezelf achter houdt. tekort toe.
dat betekent: hoe belichaam ik verlangen? hoe ben ik ook dit lichaam?)

*

this is not just about (the) heat. 
this is about not wanting to feel. 

niet-schrijven

niets is ooit goed genoeg. zelfs geschreven hebben, alleen om geschreven te hebben, niet goed genoeg. het moet leesbaar zijn, van belang, iets toevoegen, stiekem geniaal zijn eigenlijk. de wens zo veel te verwijderen maar iets in mij is toch te stug, te koppig om dat te doen. omdat? (refusing erasure)

vandaag, vanmiddag, nu, plotseling weer die diepe vermoeidheid. het is lang geleden dat ik me zo snel zo in voelde storten. mijn hoofd wil alleen maar liggen. licht uit. stilte. ik denk misschien vanwege wat er woensdag gaat gebeuren maar ook omdat er andere dingen spelen. en dat oneindige verlangen. juist op het moment dat ik het aan het loslaten ben steekt hij z'n kop weer op. letterlijk. of, bijna. maar dit keer helemaal letterlijk. het lijkt er op dat ik dit niet kan zonder allerlei dingen te gaan verwachten terwijl dat niet mag, niet eerlijk is, hij heeft er geen idee van dat ik vele minuten naar hem heb staan kijken. dingen doen. ik kijk graag naar hem terwijl hij dingen doet. het kijken. het er zijn, daar zijn. stel ik hem teleur, keer op keer? misschien was dit een uitnodiging en liet ik het weer voorbij gaan zoals ik hem keer op keer voorbij laat gaan & telkens als ik wél dapper ben en ik het ben die kijkt: telkens is hij het dan niet. timing's off. don't know what to do about that.

(ik ben bang dat ik het niet kan omdat ik niet weet wat ik moet zeggen.
omdat ik niet weet hoe te zijn in zijn aanwezigheid. hoe doe je dat, die ongemakkelijkheid, hoe accepteer je dat als deel van wat je wilt, eigenlijk; dat verlangen.)

en dan al die andere dingen. en het niet-schrijven.  

die zomer dat ik dacht ruimte te moeten maken. 

hier schreef ik over hoe niet-schrijven wat mij betreft hetzelfde is als zelfbeschadiging. de illusie dat benoemen genoeg is. maar dat was het niet, is het niet. wederom een lange periode van niet-schrijven. of wellicht heb ik nooit echt geschreven. (wat is echt schrijven? hoe moet dat?) nu stil staan bij waar ik aldoor omheen heb geleuterd, mezelf een omweg heb laten maken om wat er eigenlijk aan de hand was niet te hoeven benoemen, verwoorden. misschien schemert het hier en daar door, hoewel, ik weet niet of mijn schrijven daar interessant genoeg voor is. niet het punt. het punt is dat er vermoedelijk een verandering gaat plaatsvinden en ik denk dat het goed is. en dat het goed zal zijn voor mijn schrijven, of misschien bedoel ik dat mijn schrijven een toevluchtsoord kan zijn, a sanctuary—ik heb altijd geprobeerd mijn schrijven dat te laten zijn, maar ik denk dat ik altijd te bang ben geweest om het echt te betreden.

(ik wil mijn schrijven laten leven. ik ga het proberen. beloofd.) 

trying to not be a writer is killing me? schreef ik vanmorgen op. de ziel, ja. het actief niet-doen, expres negeren, in zekere zin is het een vorm van mezelf uit de weg gaan. (mijn verontwaardiging als een ander me uit de weg gaat. maar hoezo, ben ik überhaupt wel aanwezig op het moment dat het voelt alsof die ander me negeert? wat doet er dan pijn, en waarom?)  

schrijven is luisteren naar nieuwsgierigheid. is domme dingen denken maar soms veranderen die domme dingen door ze op te schrijven en te blijven schrijven langzaamaan in een hint naar iets substantieels: iets dat niet alleen in mijn hoofd leeft maar ook elders: dat deel dat niet alleen bij mijn bewustzijn hoort maar ook hoort bij al dat andere leven. over-soul

ik word diep ongelukkig als ik niet luister naar dat eeuwige. ik word er aldoor aan herinnerd maar ik neem het niet serieus. ik herken het als ik bomen zie bewegen in de wind. als ik naar droog gras tuur of een veer naar beneden zie wiegen. ik begrijp niet wat er dan beweegt, gebeurt, in mij, en ik weet ook eigenlijk meestal niet wat ik ermee moet, of dat observeren alles is wat er toe doet op dat moment—maar mijn ogen zien het en de rest van mij registreert, en als ik dat te lang negeer wordt alles te zwaar.

die zomer van 2024 dat ik mezelf probeerde te verwijderen uit de situatie (oplossen/ oplossing). ik las al die belangrijke boeken & kon me plots weer herinneren, of ik herinnerde me een bepaald gevoel, herkende het, of het werd wakker gekust door wat ik las—ik wist plotseling (weer) dat het schrijven is, voor mij. 

maar: er komt een diepe kwetsbaarheid bij kijken.  

in augustus 2024 schreef ik:

ik heb aldoor het gevoel dat ik keer op keer tegen dezelfde muur op bots. ik weet niet wat die muur daar doet. ik krijg ‘m niet kapot. hoe schrijf ik over die muur zonder het aldoor over een muur te hebben. hoe weet ik wat geschreven moet worden. ik schrijf en schrijf en heb nooit het gevoel geschreven te hebben.  

het is de kwetsbaarheid die ik niet aankan, het schrikt me keer op keer af: de noodzaak open en eerlijk te zijn, weerloos, tijdens het schrijven (anders heeft het geen zin?) en het geschrevene te laten bestaan, adem te geven en het te laten voor wat het is. woorden op papier. een afdruk van een moment of een opeenstapeling van momenten of. bewijs. gedacht. gevoeld. opgemerkt. het bestaat. en dus besta ik? (nog altijd een soort verbazing als ik opgemerkt wordt. als er naar me gezocht wordt. niet onzichtbaar. ik laat voetafdrukken achter, kom iedere dag mijn wandeling van gisteren tegen. voel ik me al iets echter dan tijdens die zomer van 2024?)

de muur nog altijd daar. 

barriers in the creative process sometimes appear in reaction to painful experiences, and these provide a very rich place to study ourselves. (john daido loori in the zen of creativity)
 

*
 

COME, said the Muse,
  Sing me a song no poet yet has chanted,
  Sing me the Universal.

  In this broad Earth of ours,
  Amid the measureless grossness and the slag,
  Enclosed and safe within its central heart,
  Nestles the seed Perfection.

  By every life a share, or more or less,
  None born but it is born—conceal'd or unconceal'd, the seed is
        waiting.

(walt whitman, song of the universal) 

means to an end

(ervaringen worden uitgehold door te suggereren dat één niet goed genoeg is, dat meer (een groter aantal) altijd beter is—waardoor we onszelf tijd, ruimte ontzeggen om werkelijk mee te maken wat er gebeurd/ wat we doen—om onze zintuigen & vervolgens hersenen (plus ik zou hier aan toevoegen: geest/ ziel) werkelijk hun gang te laten gaan de momenten werkelijk te beleven, verteren, verwerken.)


25.03

de kalender en sleedoorn en tjiftjaf zeggen allen dat het lente is maar ik heb nog geen zwaluw gezien of gehoord. dat is een gemis. misschien komen ze vandaag aanwaaien, ik denk niet dat dit een storm genoemd mag worden, het is wellicht 5bft dat momenteel plaats vindt (hoewel er vannacht geluiden klonken die bij 7bft horen maar 't hoogtepunt is al wel weer voorbij vermoed ik)—wat ik bedoel te zeggen dat is dat ik me altijd voorstel dat ze zich laten meevoeren met gunstige winden. ik weet alleen niet of een zuidwester ze uit de juiste contreien mee kan nemen. het zou fijn zijn ze weer te horen, te zien.

gisteravond bedacht ik dat ik vanmorgen, nu, moest/moet gaan schrijven over ‘means to an end’. het is, als ik er langer stil bij sta, iets dat me altijd heeft gestoord: dat bepaalde gewoontes of hobby's, dingen die we als vanzelf ruimte bieden in ons (dagelijks) leven: dat 't the means to an end is of zou moeten zijn. schrijven, lezen, tekenen, handwerken—doen omdat 't op een bepaalde manier goed voor je is: lijfelijk bedoel ik vooral, geestelijk is logisch, als iets je blij maakt is dat geestelijk, hoewel je dat ook kunt zeggen over verslavingen, zoals momenteel al die schermen etcetera, zo ontwikkeld om de aanmaak van bepaalde stofjes te stimuleren—maar dan wel zo kortstondig dat het volgende moment het lijf, brein, om meer vraagt. ik weet er het fijne niet van maar alleen al het idee dat mensen betaald krijgen om programma's te schijven die letterlijk met onze, mijn fysiologie spelen, biologische normen en waarden manipuleren—dat maakte me huiverig te veel tijd te besteden aan schermen. het is verdomd verleidelijk, zeker als je niet lekker in je hoofd/ lijf zit, het is zo eenvoudig te verdwijnen in alles dat technologie te bieden heeft. te eenvoudig. & ik wil het niet want ik heb gemerkt wat het met me doet, heeft gedaan—het feit dat ik niet kon (kan?) lezen en schrijven, of anders: de ervaring was anders—ik vermoed dat dit deels daar mee te maken heeft gehad. niet dat ik ooit echt verslaafd ben geweest, daar ben ik niet sociaal genoeg voor—maar kijken, leeg kijken naar filmpjes en foto's, tijd vullen met tv-series en films. niet eindeloos maar de mogelijkheid. het zappen. ja de mogelijkheid. het idee dat alles gezien moet worden want stel je voor dat je iets mist. stel je voor dat er iets aan je voorbij gaat dat zo ontzettend waardevol is dat een leven zonder waardeloos is, eigenlijk. 

(wat blijkt is dat er tijd en ruimte vrij komt voor wat er werkelijk toe doet. dat is een langzaam ontdekken, als een soort ontvouwen, als een nieuw seizoen. getuige zijn van je( )zelf.)

goed, wat dat allemaal doet met ons brein, met ons vermogen tot concentratie, met geduld en aandacht en creativiteit en ongetwijfeld allerlei andere dingen waar we nog geen weet van (kunnen) hebben (het diepe denken waar ik een poos geleden over las/ schreef)— het besef begint nu te komen, er klinken steeds meer stemmen over het gevaar van social media en de vele manieren waarop we creativiteit, en andere typisch menselijke vaardigheden (want door ons zelf verzonnen) aan het kwijtraken zijn, en dan dus niet alleen die skill maar letterlijk bepaalde verbindingen in ons brein die een dergelijke vaardigheid (mede) mogelijk maakt, een verbinding die bijvoorbeeld tot stand is gekomen omdat we als kind leerden schrijven met pen op papier—en het gevolg van dat diepere besef is natuurlijk dat mensen naar oplossingen gaan zoeken. hoe vinden we (onder andere) dat vermogen tot diepe concentratie terug, iets dat we niet expres tot stand hebben gebracht ooit maar een toevallig gevolg blijkt te zijn. we namen het voor lief, en nu het aan het verdwijnen is moet er onderzoek gedaan woorden naar hoe dat eigenlijk ging, dat ene dat ooit zo gewoon was. 

schermen en social media verwijderen uit het dagelijkse leven zal niet per sé de oplossing zijn: ontstaat er dan niet een vacuüm, een stilte, die door de meeste mensen als ongemakkelijk ervaren zal worden? al die tijd die ineens oningevuld blijft. ik bedoel: ons brein zal opnieuw onderwezen moeten worden. (technologie leert ons zo veel af.) —en nu blijkt dus dat bezigheden als met de hand schrijven, breien (en andere vormen van handwerk), en lezen zeer bevorderlijk zijn wat dat betreft; zeer nuttig. dat idee, dat zorgt bij mij voor kortsluiting.

the doctrine of inspiration is lost

16.03

wederom de neiging een nieuwe blog te maken. elders. een nieuwe naam. te verdwijnen om elders te verschijnen. alsof een nieuw begin of nieuw leven maar er is niets nieuws aan mij, in wezen. dus waarom nieuw. 

de illusie dat iemand me hier überhaupt weet te vinden.

*

het gevoel dat alles me af is gepakt, dat wat me lief was. dat wat persoonlijk was. in zekere zin liet ik het gebeuren, zoals altijd, which is what frightens me deeply. ondertussen is het zover gekomen dat de dingen die me blij maakten, ooit, me geen energie meer geven. dat was althans lang het geval, ik geloof dat er verandering plaats vindt. ik ben niet zo goed in voelen. ik bedoel ik ben niet zo goed in weten wat ik voel. dat is gek want voelen zou iets persoonlijks moeten zijn en die relatie is er niet, ofzo. 

(ik bedoel ook: mijn liefdes werden me uit de handen genomen, moesten plotseling nuttig zijn of gedeeld worden. het mocht niet van mij blijven zijn. 

eerlijk: het was vrijwillig. het was een idee van een ander, ik begreep niet waar ik aan begon. nu pas dringt het tot me door dat het voelde als betaalmiddel, als verplichting: geef ons dit, dan mag jij hier zijn. & als dat niet gaat, verzin dan een andere manier.

de constante beweging. golven, storm, en de kalmte (soms) daar voor. want altijd was er weer een storing op komst.)

*

wat niet ging: lezen, nadenken, schrijven. ik merk nu dat een deel van mij in een depressie is beland omdat het niet wordt gebruikt: het nadenken over wat ik zie, beleef, lees, droom. ik weet niet waarom het me niet lukt(e). lezen was ineens een opgave & dat was het nooit. aan de andere kant merk ik, nu ik weer meer lees, dat het is veranderd: mijn lezen gaat trager, dieper. ik houd alleen nog in een notitieboek bij waar ik aan begin, achterin, een soort lijst. nergens anders. de druk te presteren ligt overal als een deken overheen & ik heb besloten, besluit eigenlijk bij deze, dat ik daar niet meer aan mee doe. 

(dat is een work in process. en een lang proces. schreef er een half jaar geleden al over. ben alleen maar dieper weggezakt.)

mijn lezen gaat dus trager, dieper. lees wellicht twee boeken per maand. las onlangs the lost daughter van elena ferrante en genoot er ontzettend van, ging direct opzoek naar tweedehands exemplaren van de ‘neapolitan novels’. boek één is uit, boek twee half. misschien ligt het aan de vertaler, ann goldstein. ik ken de italiaanse taal niet en kan dus niets zeggen over hoe ze het beïnvloed, etcetera. maar wat ik lees vind ik steengoed. vele jaren geleden las ik de nederlandse vertalingen en raakte ik verveeld. maar dat kan aan mij hebben gelegen. ik houd in ieder geval ineens van elena ferrante en dat maakt me bij, deze nieuwe liefde: ik kan het nog.

het is belangrijk dat ik deze boeken nu lees, geloof ik.

eerder las ik dostojevski's the idiot en dat belang van hierboven geldt ook voor dit boek. ook van the idiot houd ik. zo nu en dan begreep ik er niets van, ik voelde me de idioot van de titel, maar dat stoorde me niet. en dus las ik door. het is een intens triest boek, maar prachtig. ach en daarvoor las ik aldous huxley's brave new world, herlas ik ray bradbury's fahrenheit 451. ook herlas ik wuthering heights en sense & sensibility. waarom juist die austen terwijl ik nog altijd emma niet heb gelezen?

ik ben een beetje losgeraakt van moderne fictie. weet niet wat er wordt gepubliceerd, gelezen, geschreven, heb geen benul van welke boeken prijzen aan het winnen zijn. i don't care. voor nu omring ik me liever met klassiekers & ik vermoed dat dit een levenslange liefdesaffaire zal zijn. 

*

het grote probleem wellicht mijn crush op iemand uit een andere wereld.
ik weet niet hoe dit werkt voor anderen maar mij overkomt dit niet zo vaak. en ik wil het niet negeren vanwege dat. maar ik maak me ook zorgen omdat dat andere. een totaal andere wereld. 

oh ja en mijn onvermogen hier mee om te gaan. niet normaal kunnen zijn en hem in de ogen kijken. zelfs wegkijken. omdat ik anders dood ga, ofzo. 

(de neiging duizendmaal sorry te zeggen voor mijn niet-weten wat te doen.)

een probleem omdat ik niet weet of in dit mentaal aan kan. mocht er iets gebeuren, mocht ik hem ooit aan durven kijken en toch niet blijk te smelten, mocht dat alles: ik weet niet of ik dan overeind kan blijven staan. dat bedoel ik zowel letterlijk als van binnen: ik geef zo ontzettend snel alles weg, verdwijn zo gemakkelijk, eindig dan leeg en verdrietig omdat ik mezelf weer heb gedwongen mijn vorm aan te passen aan de verwachte wensen van anderen.

*

the doctrine of inspiration is lost; the base doctrine of the majority of voices, usurps the place of the doctrine of the soul. miracles, prophecy, poetry; the ideal life, the holy life, exist as ancient history merely; they are not in the belief, nor in the aspiration of society; but, when suggested, seem ridiculous. life is comic or pitiful, as soon as the high ends of being fade out of sight, and man becomes nearsighted, and can only attend to what addresses the senses. (ralph waldo emerson, the divinity school address (in library of america's essays & lectures)

//