niets is ooit goed genoeg. zelfs geschreven hebben, alleen om geschreven te hebben, niet goed genoeg. het moet leesbaar zijn, van belang, iets toevoegen, stiekem geniaal zijn eigenlijk. de wens zo veel te verwijderen maar iets in mij is toch te stug, te koppig om dat te doen. omdat? (refusing erasure)
vandaag, vanmiddag, nu, plotseling weer die diepe vermoeidheid. het is lang geleden dat ik me zo snel zo in voelde storten. mijn hoofd wil alleen maar liggen. licht uit. stilte. ik denk misschien vanwege wat er woensdag gaat gebeuren maar ook omdat er andere dingen spelen. en dat oneindige verlangen. juist op het moment dat ik het aan het loslaten ben steekt hij z'n kop weer op. letterlijk. of, bijna. maar dit keer helemaal letterlijk. het lijkt er op dat ik dit niet kan zonder allerlei dingen te gaan verwachten terwijl dat niet mag, niet eerlijk is, hij heeft er geen idee van dat ik vele minuten naar hem heb staan kijken. dingen doen. ik kijk graag naar hem terwijl hij dingen doet. het kijken. het er zijn, daar zijn. stel ik hem teleur, keer op keer? misschien was dit een uitnodiging en liet ik het weer voorbij gaan zoals ik hem keer op keer voorbij laat gaan & telkens als ik wél dapper ben en ik het ben die kijkt: telkens is hij het dan niet. timing's off. don't know what to do about that.
(ik ben bang dat ik het niet kan omdat ik niet weet wat ik moet zeggen.
omdat ik niet weet hoe te zijn in zijn aanwezigheid. hoe doe je dat, die ongemakkelijkheid, hoe accepteer je dat als deel van wat je wilt, eigenlijk; dat verlangen.)
en dan al die andere dingen. en het niet-schrijven.
die zomer dat ik dacht ruimte te moeten maken.
hier schreef ik over hoe niet-schrijven wat mij betreft hetzelfde is als zelfbeschadiging. de illusie dat benoemen genoeg is. maar dat was het niet, is het niet. wederom een lange periode van niet-schrijven. of wellicht heb ik nooit echt geschreven. (wat is echt schrijven? hoe moet dat?) nu stil staan bij waar ik aldoor omheen heb geleuterd, mezelf een omweg heb laten maken om wat er eigenlijk aan de hand was niet te hoeven benoemen, verwoorden. misschien schemert het hier en daar door, hoewel, ik weet niet of mijn schrijven daar interessant genoeg voor is. niet het punt. het punt is dat er vermoedelijk een verandering gaat plaatsvinden en ik denk dat het goed is. en dat het goed zal zijn voor mijn schrijven, of misschien bedoel ik dat mijn schrijven een toevluchtsoord kan zijn, a sanctuary—ik heb altijd geprobeerd mijn schrijven dat te laten zijn, maar ik denk dat ik altijd te bang ben geweest om het echt te betreden.
(ik wil mijn schrijven laten leven. ik ga het proberen. beloofd.)
trying to not be a writer is killing me? schreef ik vanmorgen op. de ziel, ja. het actief niet-doen, expres negeren, in zekere zin is het een vorm van mezelf uit de weg gaan. (mijn verontwaardiging als een ander me uit de weg gaat. maar hoezo, ben ik überhaupt wel aanwezig op het moment dat het voelt alsof die ander me negeert? wat doet er dan pijn, en waarom?)
schrijven is luisteren naar nieuwsgierigheid. is domme dingen denken maar soms veranderen die domme dingen door ze op te schrijven en te blijven schrijven langzaamaan in een hint naar iets substantieels: iets dat niet alleen in mijn hoofd leeft maar ook elders: dat deel dat niet alleen bij mijn bewustzijn hoort maar ook hoort bij al dat andere leven. over-soul.
ik word diep ongelukkig als ik niet luister naar dat eeuwige. ik word er aldoor aan herinnerd maar ik neem het niet serieus. ik herken het als ik bomen zie bewegen in de wind. als ik naar droog gras tuur of een veer naar beneden zie wiegen. ik begrijp niet wat er dan beweegt, gebeurt, in mij, en ik weet ook eigenlijk meestal niet wat ik ermee moet, of dat observeren alles is wat er toe doet op dat moment—maar mijn ogen zien het en de rest van mij registreert, en als ik dat te lang negeer wordt alles te zwaar.
die zomer van 2024 dat ik mezelf probeerde te verwijderen uit de situatie (oplossen/ oplossing). ik las al die belangrijke boeken & kon me plots weer herinneren, of ik herinnerde me een bepaald gevoel, herkende het, of het werd wakker gekust door wat ik las—ik wist plotseling (weer) dat het schrijven is, voor mij.
maar: er komt een diepe kwetsbaarheid bij kijken.
ik heb aldoor het gevoel dat ik keer op keer tegen dezelfde muur op bots. ik weet niet wat die muur daar doet. ik krijg ‘m niet kapot. hoe schrijf ik over die muur zonder het aldoor over een muur te hebben. hoe weet ik wat geschreven moet worden. ik schrijf en schrijf en heb nooit het gevoel geschreven te hebben.
het is de kwetsbaarheid die ik niet aankan, het schrikt me keer op keer af: de noodzaak open en eerlijk te zijn, weerloos, tijdens het schrijven (anders heeft het geen zin?) en het geschrevene te laten bestaan, adem te geven en het te laten voor wat het is. woorden op papier. een afdruk van een moment of een opeenstapeling van momenten of. bewijs. gedacht. gevoeld. opgemerkt. het bestaat. en dus besta ik? (nog altijd een soort verbazing als ik opgemerkt wordt. als er naar me gezocht wordt. niet onzichtbaar. ik laat voetafdrukken achter, kom iedere dag mijn wandeling van gisteren tegen. voel ik me al iets echter dan tijdens die zomer van 2024?)
de muur nog altijd daar.
barriers in the creative process sometimes appear in reaction to painful experiences, and these provide a very rich place to study ourselves. (john daido loori in the zen of creativity)
*
COME, said the Muse,
Sing me a song no poet yet has chanted,
Sing me the Universal.
In this broad Earth of ours,
Amid the measureless grossness and the slag,
Enclosed and safe within its central heart,
Nestles the seed Perfection.
By every life a share, or more or less,
None born but it is born—conceal'd or unconceal'd, the seed is
waiting.
(walt whitman, song of the universal)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten