spoken

20.09 

spoken 

spoken als niet hier maar toch hier 
spoken als others can't see;
als persoonlijke geesten, mijn kleuren mijn geuren mijn verleden mijn beleven verstenen verdwijnen

*

verdwijnen achter woorden van anderen omdat niet genoeg vertrouwen in eigen beleving. alsof de zintuigen defect zijn, of simpelweg mijn brein, niet in staat impressies te vertalen naar iets dat wellicht logisch is. kan zijn. 

the particular the universal 
anything beyond nothing—

the tenderness i feel (portishead, 'the rip')

gewoon een nest. to be brave is to not turn away.


24.09


(toevallig zilver.)


27.09 

spoken als hier maar toch niet hier.

*

nu zelfs afstand van woorden. lagen warmte aantrekken, maken, herfst maar ook—wat is het. honger. zien. verdwijnen.
(herhaal.)

she was pretending as if it really were true, amidst the pretending she needed to speak the truth of an opaque stone so it could contrast with the glinting green pretending, pretends that she loves and is loved

pretends that her chest is relaxing and a weightless golden light is guiding her through a forest of silent pools and tranquil mortalities

trying so hard to learn life

nothing was flowing. the difficulty was a motionless thing.

she was waiting. (..) nothing happened.

she wanted things "to happen" and not set them in motion herself

(alles schuingedrukt uit an apprenticeship or the book of pleasures van clarice lispector (penguin modern classics: p4, 5, 7, 13, 19, 92))


14.05

(..)
appel, appel, apple, appel. 
(..)

raak me aan is het lied. maar waar is de tijd.


28.09

mistig vanmorgen, 09:02 uur.

ik liep vanmorgen langs een veld vol schapen en moest aan farmer oak denken (uit thomas hardy's far from the madding crowd); another man who waited. maar: fictief, net als lispectors ulisses.

i must not question the mystery in order not to betray the miracle. (lispector, p80) 

going beyond one's person

spoken. 

/ genoeg. te veel afleiding. terug naar de boeken, het lezen. (het (laten) vormen.)
retracing steps from earlier this year. 

*

“(..) Kenneth White makes the distinction between five ways of reading: skating-reading and gobble-reading devoted respectively to newspapers and most novels; study-reading, which we do when we want to learn something; meditation-reading which entails ‘texts of high specific density’; and finally illumination-reading, which he describes as ‘almost a state of grace’.”

“(..) the way in which Kenneth White sees reading: as the possibility of going beyond his person to create a new transpersonal context.

It is often and wrongly believed that writing consists of ‘personal expression of the treatment of a problem’. For White, what matters on the contrary is ‘the explosion and the expansion of the person’ and the ‘penetration into a space’. This space exists outside the pervasive and much abused myth of personal genius, and beyond any preoccupation with so-called and often illusory ‘originality’. What is ultimately interesting is the ‘cultural network that someone can create, reveal and radiate’.”

 
“‘I'm looking for a world’, he explains, ‘and if someone seems to me to have approached this world in an admirable way, I salute him and quote him, not content to just borrow ideas on the sly and boil them down into some homogeneous soup.’ This comes from a certain intellectual honesty: to recognise that one is not the inventor of everything, all by oneself. But it is also an integral part of a cultural strategy: ‘When a voice is alone in the desert, it will not have much influence, but when it presents a whole current...’ It also involves a certain mental topology: ‘like abrupt landscapes and mindspaces, with a quotation set in it like a rock in the sea.’”

 
“‘What, among other things, a book like this can do,’ says White about his book on Antonin Artaud, ‘is to bring together minds and energies that never met, or hardly met, in actual life (..)’”

—anne bineau in ‘a geographer of the mind: kenneth white as reader and writer’; p. 123-135 in grounding a world. essays on the work of kenneth white

zilver, zeker

12.09 

joke hermsen's stil de tijd herlezen. herlezen: nodig om de neus op het feit te drukken dat er heel veel binnen komt waarvan ik eigenlijk geen besef heb terwijl het aan het gebeuren is: ik bedoel ideeën die—

ik moet nu denken aan iets dat ik las in the master and his emissary van iain mcgilchrist (heb het ongeveer honderdtien pagina's volgehouden maar iets in dit boek maakt me ontzettend slaperig. het probleem: alle voorbeelden, en de vaktaal. denk ik. ga het opnieuw proberen als ik niet langer een burn-out-brein heb): het is eigenlijk niet gerelateerd maar volgens mijn brein dus wel: het feit dat er erg veel communicatie plaatsvindt naast/ buiten de taal om. lichaamstaal, etcetera. en dat die communicatie meestal onbewust (giving me hope) tot stand komt. voorvalt. beweegt. hoe omschrijf je een gebeuren dat niet gezien kan worden als zijnde iets dat begint, eindigt.

(hoop omdat ik alleen enigszins tot communiceren in staat ben door middel van dit: bloggen: schrijven: met pen op papier of in de leegte van het zwarte gat alhier (niemand die dit leest = opluchting/ isolatie). tegelijkertijd maak ik me zorgen dat mijn lijf verkeerde verhalen vertelt; toen ik jong was liep ik blijkbaar zo hooghartig door school dat iemand de manier waarop ik door het gebouw bewoog kon omschrijven als "alsof je de ruimte, het gebouw, bezit". het was een compliment, maar ik weet wie ik was in die periode & ik was allesbehalve zelfverzekerd. maar ik weet, en ik hoop grondig dat anderen dit ook weten: mensen die zelfingenomen overkomen zijn meestal niet zo zeker van zichzelf. (maar wat is de boodschap die ik wil overbrengen? zou ik daar überhaupt mee bezig moeten zijn—is niet een vraag. maar het speelt.)

wel. praten kan ik ook. maar de dingen die er werkelijk toe doen durf ik niet ter sprake te laten komen. zoiets. de laatste tijd ervaar ik een soort controleverlies in bepaalde situaties, heel klein en het heeft waarschijnlijk te maken met sensaties die nieuw voor me zijn. i quietly lose my mind, sometimes. after realising i'm moving through the moments without noticing myself, like on autopilot, ik bedoel de sinaasappelpers al schoonmaken terwijl ik nog niet genoeg sap heb; only after some long & slow moments can i recover my breath and mind. never felt like this before. it is instant panic. het lijkt er op dat ik bepaalde ervaringen, die door een groot deel van mijn medemensen al wordt ervaren tijdens de puberteit, pas nu tegen kom. paniek, obsessie, irrationeel denken & doen. geesten? zilver, zeker.)

terug naar stil de tijd.
ik realiseer me wederom hoe belangrijk het is om stil te staan bij wat er *binnen* komt.
(herhaling. maar zonder herhaling geen duren, geen blijven. steeds meer verlangen naar connectie met een herhalen. naar iets met wortels.
maar het is wellicht al te laat.)

*

naast bachmann's ondine las ik ook graag over simeon ten holt. ik luister nu naar zijn canto ostinato. volgens mcgilchrist was er muziek alvorens taal ontstond. zelfs: taal is een vertakking van muziek.

muziek is voor ten holt, anders dan taal, geen uitdrukking 'voor iets', maar een uitdrukking 'van iets', schrijft hermsen. opmerkelijk: anders dan taal. hoe langer ik hier over nadenk, hoe duidelijker voor mij wordt dat taal, schrijven, juist ook een uitdrukking is 'van iets'. een 'iets' buiten het zelf of in ieder geval buiten dat wezen dat leeft volgens kloktijd, dat leeft in 'duur': de tijd die niet bestaat uit opeenvolgende momenten maar juist dimensie heeft. is, misschien wel. of simpelweg niet 'momenten' is maar een eeuwigdurend zijn. 

volgens bergson, de man van 'duur', is de mens als een 'meestentijds van zichzelf vervreemde automaat', die alleen nog in staat is 'op praktische wijze op de prikkels uit zijn omgeving' te reageren [.. ] niet alleen zijn vrijheid maar ook zijn geweten en menselijkheid kwijt.

ik plaats deze woorden hier omdat het me doet denken aan het uitdrukken 'van iets': aan het besef dat we, de mens, meer zijn dan alleen dit stoffelijke wezen dat vooral praktisch reageert op prikkels uit zijn omgeving, ofwel externe prikkels. altijd paraat staande om te reageren op iets buiten het zelf. altijd slechts een reactie. automatisch reageren. autopilot. geen ruimte, margins, om na te gaat wat er binnen speelt in relatie tot—de wereld te vlug, too demanding, te groot te veel.

*

ten holt: in het patroon van mijn doen en laten treft mij een bepaalde karakteristiek. ik registreer een soort (psychische) energie, die mij dwingt tot een inspanning die, hoe uitzichtloos ook, steeds wordt hervat. er is reden genoeg om het op te geven en je zult ze de kost moeten geven, maar toch. in de herhaling van die inspanning en de spreekwoordelijke onaanzienlijkheid daarvan zie ik een toegang tot het begrip "kennen" of liever tot mijn verhouding tegenover de zin van het leven.

en: achter de horizon van het leven [bestaat] een werkzaamheid (..) die, zonder nadrukkelijk op de erkenning van haar betekenis aan te dringen, van invloed is op de inhoud van het denken en op de inrichting van het bestaan.

*

ten holt: creativiteit is onteigening van bezig

woolf: art is being rid of all preaching: things in themselves

//