iets kleins

vrijdagmorgen, 28 maart 2025.

ik lees the way of the fearless writer van beth kempton, een boek dat ze heeft kunnen schrijven dankzij de tijd die ze in japan heeft doorgebracht, en haar ervaringen met de cultuur aldaar. niet kemptons cultuur, en dat maakt het toch een beetje ongemakkelijk: een westerse schrijver die gebruik maakt van ideeën uit een ander deel van de wereld om háár filosofie te onderschrijven... maar kempton is niets dan respectvol, en ik vermoed dat haar leven in teken staat van de thema's die ze in haar boeken behandelt. de wijze waarop ze door het dagelijkse leven beweegt is veranderd door haar ervaringen in japan, en het is dan ook geen verrassing dat die heel oude filosofieën ondertussen deel uitmaken van zelfs de manier waarop ze haar schrijven benadert. want, uiteindelijk is alles met elkaar verbonden. voor een schrijver betekent dat: de manier waarop we leven is de manier waarop we schrijven.

*


een van de vele dingen waar ik van houd in dit boek: de gezegdes die kempton aanhaalt: oude japanse proverbs, regels uit de dàodéjīng, zen sayings. ik schreef in mijn fearless writer exemplaar: like kind forefathers are gently nudging you forwards: alsof voorouders je bemoedigend de goede richting wijzen. (alsof de wereld in wezen vriendelijk is.)

voorbeeld: 
when embarking on a great project, start where you are with something small.
(japanese proverb, p.29)

en:
in the pursuit of knowledge,
every day something is added.
in the practice of the dao,
every day something is dropped.

(laozi, dàodéjīng, verse 48 (tr. stephen mitchell), p.123)

*

al sinds ik fearless writer ben begonnen te lezen voel ik de drang on basho te bestellen, en een engelse vertaling van de dàodéjīng. ik wil in die filosofieën en poëzie duiken omdat mijn ziel me zegt dat ik die kant op moet.

maar, geheel niet-onverwachts en tegelijkertijd niet in de geest van een ‘fearless writer’ heb ik die boeken nog steeds niet besteld. zoals ik al eens zei: bang voor mijn spiritualiteit. (bang voor mezelf.)  keer op keer voeg ik the narrow road to the deep north, kenkō, en zo meer toe aan mijn winkelwagentje, verwijder ze vervolgens weer, ga voor andere boeken. stel mezelf teleur. lees maar raak gefrustreerd. neem dan fearless writer weer in de hand, en kan weer ademhalen. de ideeën die het boek met me deelt, woorden uit het werk van zen-meesters en geestverwanten, zijn als een poort naar een wildere plek. alsof er zuurstof wordt gecommuniceerd, of regen, of een storm, in plaats van ‘slechts’ woorden. ineens is het dan rustig in mijn hoofd, en ben ik vrij van nonsens (al is het maar voor even). 

vanmorgen las ik bijvoorbeeld de volgende woorden van zen-meester dainin katagiri (p.159-160 in the way of the fearless writer):

before your individual thoughts, feelings, or perceptions arise and you reflect on yourself, wondering who or what you are, something is already there. something is already alive. what is it? we call it big self, real self, or true self, but actually it is the vastness of existence. in buddhist philosophy we say emptiness.

ik las het en ik was er weer, zonder alles ik. 

die vastness of existence is waar ik naar opzoek ben. of, ik weet dat het bestaat maar kan het niet altijd aanraken. ik wil er over schrijven maar kan dat (nog) niet. maar, soms is het genoeg om een idee dat zichzelf aan het vormen is in mijn eigen hoofd door iemand anders beschreven te zien worden. het bewijst dat die vastness er is: het is geen kwestie van objectiviteit of subjectiviteit: het is in aanraking komen met dat eeuwige dat ons leven vast houdt. hoe zich dat uit, wanneer het plaatsvindt, ik vermoed dat dat er per persoon anders uit kan zien. maar iets is universeel. het weefsel, wellicht. of de ruimtes ertussen. the dao.

slow folk

het prachtige world enough & time van christian mcewen dwaalt rond in mijn hoofd sinds ik het afgelopen september las. ik vind het moeilijk om over dit boek te schrijven omdat het zo belangrijk voor me is. telkens opnieuw eindigt mijn poging-tot-bespreking in een soort preek, en dat is juist iets dat ik probeer te vermijden: alsof ik weet hoe dat moet, leven, ik heb geen idee. maar er zijn een klein aantal dingen waar ik zeker van ben: het belang van ‘slowing down’ is daar een voorbeeld van. laat dat nu net deel uitmaken van de ondertitel van world enough & time: on creativity and slowing down.

ik weet het, ondertussen is het een uitgeholde term, maar world enough & time verscheen voor het eerst in 2011 en is het resultaat van vele jaren research: mcewen benadert het idee van trager bestaan met diepte, en de serieuze toon die het onderwerp waardig is. bovendien, en dit is waarom het mij meer aanspreekt dan bijvoorbeeld how to do nothing van jenny odell, bovendien gaat het vooral over de rol van stilte, eenzaamheid, tijd, natuur, kunst, schrijven, in het leven van makers en denkers (poets & artists).

en de makers en denkers die mcewen in haar boek aan het woord laat, of bespreekt, zijn mijn soort mensen. slow folk.

zo'n boek dat je regelmatig door het raam doet turen.

in een hoofdstuk dat ‘the infinitely healing conversation’ heet spreekt mcewen kort over de conversatie tussen mens en alles niet-mens. het idee is dat de geluiden van de wilde wereld, het nog-niet-getemde deel van de natuur, met de tijd deel zijn gaan uitmaken van onze taal en dus van ons denken. woorden van david abrams, geparafraseerd door mcewen: when we no longer hear the warbler and the wren, our own speaking can no longer be nourished by their cadences

(een warbler is een verzamelnaam voor verschillende fluiters, waaronder de tuinfluiter. een wren is een winterkoninkje. 

misschien is het te veel gevraagd om van mensen te verwachten dat ze vogels herkennen, op het oog of via gehoor, maar merken we vogelzang überhaupt nog op? vogels zijn letterlijk onze buren, maar te weinig mensen merken dat de huismus aan het verdwijnen is. hoe is het mogelijk dat hun gezwarrel en gepiep niet worden gemist?

afgelopen week hoorde ik voor het eerst dit jaar de tjiftjaf (ze trekken in het najaar naar het zuiden), en sindsdien is het voor mij lente: these things matter. de wereld wordt groter als je boerenzwaluwen kunt verwelkomen na een lange afwezigheid: we kunnen als mens bevriend zijn met meer dan alleen onze soortgenoten.) 

thomas merton, een van de vele interessantelingen van wie mcewen woorden leent om haar ideeën te onderschrijven, en tevens een schrijver van wie ik al langer werk denk te willen lezen en nu dankzij mcewen weet dat het geen willen is maar moeten (voor zover dat werkt als het gaat om literatuur)—thomas merton schreef over deze schijnbaar oneindig aanwezige geluiden:

the rain surrounded the cabin . . . with a whole world of meaning, of secrecy, of rumor. think of it: all that speech pouring down, selling nothing, judging nobody, drenching the thick mulch of dead leaves, soaking the trees, filling the gullies and crannies of the wood with water, washing out the places where men have stripped the hillside. . . . nobody started it, nobody is going to stop it. it will talk as long as it wants, the rain. as long as it talks, i am going to listen.

niet alleen is die taal aanwezig, van regen en wind en bomen en vogels,—het is meer dan een merel horen zingen en weten: merel. het is: hier vindt een relatie met de wereld plaats die anders wordt uitgedrukt dan de mijne. en het is: erkennen dat alles dat mij laat bestaan ook merel mogelijk maakt. het is: luisteren naar een verhaal in een andere taal. het is: getuige zijn van het weefsel van de wereld. en dat is alles.

thomas merton is voor mij een naam die thuishoort in een lijstje van schrijvers die stuk voor stuk voelen als familie. omdat ze kunnen schrijven over sensaties en ervaringen die ik herken en waarvan ik niet wist dat ze wellicht universeel zijn. het is niet makkelijk om taal te vinden voor gewaarwordingen die klein lijken maar groot zijn. attitude. attention. schrijven is een keuze, je stopt er alles in dat je hebt, en dat is alles wat je kunt doen: het werk laten bestaan. en ik ben zo, zo blij dat al dat werk bestaat, en dat christian mcewen dit boek heeft geschreven.

to open the world

een onderwerp: de val waar ik indonder bij het willen doen van dingen. of, mijn wankele gevoel van zelfwaarde en dus moeite hebben met geloven dat ik dit kan zonder hulp. 

mijn onzekerheid is altijd geweest dat niets in mijn leven lijkt op/ verloopt als het leven van anderen. in plaats van dat feit te accepteren deed ik telkens het tegenovergestelde, ik dwong mezelf aan te passen. maar forceren heeft bij mij altijd tot een doodlopend einde geleid. en keer op keer, bij het te hebben bereikt van dat dode einde, heeft het leven (het bestaan, het universum) me teruggestuurd naar dit. naar schrijven. ik kan niet langer doen alsof dat niet het geval is. en dus schrijf ik.

iedere week een blogpost, is mijn doel. ik schrijf, probeer te schrijven, zonder plan. heb ideeën genoteerd maar merk dat ik het moeilijk vind om de energie terug te vinden die ik voelde bij het opschrijven van die ideeën. een ander probleem is dat ik al dagen probeer op te lossen waarom ik ben gestopt met the artist's way. in plaats van gewoon accepteren dat het niet past bij wie ik ben voel ik me schuldig. ik vul pagina's in mijn notitieboek in een poging mezelf te kunnen verklaren wat er aan de hand is, waarom het me niet meer aanspreekt.

altijd denken mezelf te moeten uitleggen, verklaren.

ik loop er bij weg.
(ik schaam me voor mijn twijfels, voor al die pagina's, zal ik ze uit mijn notitieboek scheuren?
.... nee.)

het helpt niet dat ik vòòr al dit getwijfel ook al moeite had met beschrijven wat er in mij gaande was: ik ben zo ontzettend boos, voel al een poos een enorme afschuw richting de mensheid. rouw, misschien. de staat van de wereld. 

& tegelijkertijd probeer ik mijn spiritualiteit een plek te geven, ik ben niet gek op dat woord maar ik weet niet welke anders te gebruiken. ik doel op het ervaren van het eeuwige, ik heb dit al zo zo vaak opgeschreven in mijn notitieboek, schreef ik het niet ook vorige week op dit blog?: het eeuwige in mij dat verbintenis zoekt of voelt (iets) met het eeuwige buiten mij. 

nee, niet vorige week: het staat geschreven in een van de vele ongepubliceerde blogs:

maar is het niet juist zo dat ik, alles waar ik uit besta, mee gemaakt ben, het weefsel van mijn lijf en alles dat daar bij hoort, dat al dat totaal en volledig eeuwig is? is het wellicht gewoon een kwestie van anders denken, of zoals mary oliver schrijft, attitude?

mijn obsessie met een passage uit mary oliver's essay ‘winter hours’:

knowledge has entertained me and it has shaped me and it has failed me. something in me still starves. in what is probably the most serious inquiry of my life, i have begun to look past reason, past the provable, in other directions. now i think there is only one subject worth my attention and that is the precognition of the spiritual side of the world and, within this recognition, the condition of my own spiritual state. i am not talking about having faith necessarily, although one hopes to. what i mean by spirituality is not theology, but attitude. such interest nourishes me beyond the finest compendium of facts. in my mind now, in any comparison of demonstrated truths and unproven but vivid intuitions, the truths lose. (p153 in upstream)

hier ben ik gearriveerd. dit punt, ik wil weten wanneer mary oliver het schreef, wat er veranderde voor haar bij het accepteren van deze honger, en bovenal wil ik weten hoe deze houding te betrekken. i would not talk about the wind, and the oak tree, and the leaf on the oak tree, but on their behalf. niet about maar on their behalf. wat betekent dat... i would therefore write a kind of elemental poetry ... (..) i would write praise poems ...

zoals ik vorige week al schreef zit mijn hoofd vol met allerlei dingen die elkaar aanraken, maar afgeleid worden/ mezelf afleiden heeft ervoor gezorgd dat er geen vaart zit in dat project. ik noem het mijn adem-project.

geduld. 
ziel. (adem.)
(sommige woorden kunnen mij gronden, laten mij(n) wortels schieten.)
tijd, attention, attitude.

it takes time to listen, time for the deeper things to show themselves... patience, the art of waiting, is the heart-skill that opens the world. (mark nepo, seven thousand ways to listen)

de perfecte pen

langzaam wiegt een wit donsveertje naar beneden.

ik probeer al dagen een blogpost te plaatsen. ik heb er meerdere geschreven, allemaal waaieren ze uit richting iets groters. ik kan het (nog?) niet plaatsen, het heeft meer tijd nodig, en misschien meer ruimte. wat er rondspookt in mijn hoofd zijn momenteel slechts vermoedens, losse draadjes. dat moet ook opgeschreven worden, ik geloof dat zinnen zich pas serieus genomen voelen als ze worden genoteerd, dat er dan bovendien weer ruimte ontstaat voor woorden die kunnen aansluiten. er is meer gaande in mijn hoofd dan ik in de gaten heb, het vergt oefening om op te merken wat er leeft en hoe dat op te schrijven. er komen post-its bij kijken, de laatste tijd, en andere accessoires, om overzicht te bewaren. ik ben het aan het uitvinden sinds ik mijzelf als schrijver serieuzer probeer te nemen. maar hierover later meer.

zal ik gewoon over pennen schrijven? of, de perfecte pen. of, over waarom schrijven alleen lukt met de perfecte pen. of, over mijn wanhoop dat de perfecte pen niet te koop is in europa. ik worstel al weken met schrijven. dat zit in mijn hoofd, denk ik, ik schrijf iedere dag, maar het voelt alsof ik het verkeerd doe en dus bedenkt iets in mij allerlei obstakels, zodat ik niet hoef te schrijven want dan kan het ook niet verkeerd voelen. 

niet de juiste pen. mijn bureau staat verkeerd. ik moet eerst allerlei boeken lezen want ik weet niet waar ik het over heb. mijn schrijfhand doet zeer omdat ik niet de juiste pen kan gebruiken.

voordat ik deze zorgen had over pennen besteedde ik heel veel tijd aan notitieboeken.

begrijp me niet verkeerd: these things matter. fijn materiaal zorgt er voor dat ik meer schrijf, dat ik langer schrijf; dat ik begin te schrijven zelfs als ik er geen zin in heb. en notitieboeken en pennen zijn ook gewoon leuk. ik had een hekel aan school maar vond het enigszins acceptabel omdat ik een agenda nodig had, en schriften, en pennen, en een etui, etcetera. destijds kocht ik mijn favoriete balpennen bij de hema. er was een tijd dat ze de allerfijnste balpennen verkochten die ik mijn hele leven heb gekend; doorzichtig, een bredere grip. later verschenen er exemplaren met meer kleuren, en het dopje op de achterkant was ineens plat in plaats van rond. limited editions zoals je nu bij vulpennen ziet. mijn favoriet was wit, maar de gebrand oranje kleur was ook fijn. ze waren er in allerlei kleuren en goedkoop, mijn etui zal vol met hema-pennen.

er is iets veranderd aan balpennen. de vullingen, de inkt. mijn hema-pennen zijn verdwenen omdat ze niet hervulbaar waren, ik ging over op een parker jotter, en bic crystal. beide met een mooie grijsblauwe kleur inkt. maar toen ik al mijn favoriete pennen had leeggeschreven en voor de jotter een nieuwe vulling kocht, bleek dat de inkt helblauw was. en de pen schreef te soepel. de penpunt schoot alle kanten uit en ik was mijn handschrift kwijt. ik raakte in paniek want schrijven voelde niet langer hetzelfde. sinds 2017 heb ik geprobeerd een nieuwe favoriete pen te vinden. dat is nog steeds niet gelukt.

als je veel schrijft, een leuchtturm met 250 pagina's in drie maanden vol schrijft, dan is een fijne pen belangrijk.
maar schrijven is altijd belangrijker.

daarom vandaag een blogpost over pennen. 

ps: ooit las ik met heel veel liefde elizabeth strout's my name is lucy barton. ik ben vanmiddag, in de zon en met bruine handen van het wroeten in aarde, begonnen oh william! te lezen. het is lang geleden dat ik een boek las zonder bijbedoelingen, het is geen research, raakt niet iets aan waar ik over nadenk. het is elizabeth strout (en lucy barton); wat een schoonheid.

vita contemplativa

ochtendpagina's schrijven, vervolgens op een rondzwervende envelop de woorden what i've been thinking about lately/ vita contemplativa, why write krabbelen en ervan uitgaan dat ik vele uren later nog weet wat ik allemaal aan het denken was na die ochtendpagina's. waarom bleef ik niet schrijven? ik moest ontbijten, eten maken, andere dingen doen. 

vita contemplativa — ik herlas dit essay van byung-chul han gisteren (het staat enigszins aangepast in volume i van the analog sea review) en besloot een recensie-exemplaar van de nederlandse vertaling aan te vragen, omdat het boek zo dicht in de buurt komt van waar ik veel over na denk, van waar ik ooit een essay over schreef, van, in feite, waar ik constant mee bezig ben en worstel. ik en mijn leven als denker, lezer, schrijver. mijn pijn omdat ik opgroeide in een omgeving waar het vooral om doen ging, waar je van waarde was als je maar iets nuttigs deed. (dromers ogen niet erg nuttig.) mijn oude pijn. 

ik raakte geobsedeerd omdat ik zo'n dromer ben die ooit een boek wil schrijven, en een relatie met een uitgeverij die boeken als vita contemplativa uitgeeft is waardevol

ik vroeg het aan maar er zijn geen recensie-exemplaren meer. begrijpelijk, het boek werd in 2023 vertaald uitgegeven en is dus oud nieuws maar niets is minder oud nieuws dan de ideeën die byung-chul han in zijn boek behandeld (boeken, in feite. hij heeft meer interessants gepubliceerd):

the society of consumption and leisure is characterized by a particular temporality. surplus time, which is the result of a massive increase in productivity, is filled with events and experiences that are fleeting and short-lived. as nothing binds time in a lasting fashion, the impression is created that time is passing very quickly, or that everything is accelerating. 

—dit vind ik fascinerend. de kwaliteit van dat waar we onze tijd aan geven heeft gevolgen voor hoe we die tijd beleven. byung-chul han zal spreken over duration. ik schreef in mijn essay over henri bergson, en duur. in principe zeggen beide filosofen hetzelfde maar byung-chul han beschrijft de ervaring anders, en linkt het bovendien aan consumption; ik merk dat ik er op een nieuwe manier naar kan kijken, over na kan denken. waardevol.— 

consumption and duration contradict each other. consumer goods do not last. they are marked by decay as their constitutive element, and the cycles of appearance and decay become ever shorter. the capitalist imperative of growth means that things are produced and consumed with increasing speed. the compulsion to consume is immanent to the system of production. economic growth depends on the quick uptake and consumption of things. as the economy is organized with growth in mind, it would completely grind to a halt if people suddenly began to take care of things, to protect them against decay and to make sure that they endure.

in the consumer society, one forgets how to linger. consumer goods do not permit a contemplative lingering. they are used up as quickly as possible in order to create space for new products and needs. contemplative lingering presupposes things which endure. but the compulsion to consume does away with duration. neither, however, does so-called deceleration found duration. as far as the attitude to consumption is concerned, ‘slow food’ does not essentially differ from ‘fast food’. things are consumed - no more, no less. a reduction in speed does not by itself transform the being of things. the real problem is that all that endures, all that lasts and is slow, threatens to disappear altogether, or to be absent from life. forms of the vita contemplativa are also modes of being, such as ‘hesitancy’, ‘releasement’, ‘shyness’, ‘waiting’ or ‘restraint’, which the later heidegger juxtaposed to the ‘stupidity of simply working’. these modes all rest on an experience of duration. but the time of work, even time as work, is without duration. it consumes time for production. what lasts and is slow, however, evades being used up and consumed. it founds a duration. the vita contemplativa is a practice of duration. it founds an other time by interrupting the time of work.

het is een fantastisch essay. het maakte tijdens mijn eerste lezing ook al indruk, maar delen van de tekst begreep ik destijds niet, niet echt (en kon ik me dus ook niet herinneren). het was dan ook een vreemde gewaarwording om een idee dat ik onlangs in een notitieboek noteerde uitgedacht tegen te komen in deze tekst: ik blijk het van byung-chul han te hebben geleend. alles dat we zien, horen, lezen, consume, lijkt zich ergens in ons zijn te nestelen, we zijn ontzettend poreus. compost. alles dat we in ons opnemen, bewust of onbewust, gaat uiteindelijk deel van ons persoonlijke bestaan uitmaken. (het is dus belangrijk om goed na te denken over wat we toelaten/ onszelf aandoen.)

het idee dat zich in mijn onderbewuste heeft genesteld:

it is possible that the hyperactive restlessness, the franticness and unrest of today, does not do any good to thinking, and that thinking just reproduces always the same because of increasing time pressures.

ofwel: onze maatschappij staat het niet langer toe dat er diep wordt nagedacht. friedrich nietzsche klaagde hier al over. ik vraag me af in hoeverre dat nog te keren is. in een blogpost van eerder dit jaar kwam het idee ter sprake dat de manier waarop we leren en lezen gevolgen heeft voor (onder andere) ons vermogen tot analyseren, en reflecteren. misschien ontwikkelt ons brein wel een nieuwe manier om informatie te verwerken, dat is mijn hoop, maar het zal sowieso anders zijn omdat ons brein (het brein van mensen die met behulp van pen en papier en boeken hebben leren lezen en denken) een analoog brein is. een brein dat lingering toestaat, contemplative lingering

ik ga hans boek bestellen, en nietzsche.

(why write. niet een vraag waar ik antwoord op kan, ga geven. is dit alles niet een antwoord? ik denk dat ik al mijn blogposts aan die vraag kan ophangen. een antwoord. nooit het anwoord. omdat contemplative lingering.)

3-2

de oude man slaat met zijn bijl tegen de wortels van een es. de wortels kropen over het fietspad.
nu, het vriest, stompjes boomleven bloot tegen lucht en licht.

de schaduwstrepen van de boomstammen zijn nog wit van de vorst, de rest van het grasveld alweer ontdooid.

*

raskolnikov: he did not sleep, but was as if oblivious. grieperig; feverish, a disease. dis-ease. a bad conscience being a serious illness according to nietzsche.

*

bonte specht. (onzichtbaar getik vòòr de bewegingen in de lucht.
twee. 
de een zit achter de ander aan. van tak naar tak; in de lucht. grote bochten, de achtervolger zodanig vliegend dat ik de vogel alsof van boven kan zien. de vorm van gespreide vleugels.
zonder twijfels. duur van licht groeit. en dus is dit wat gebeuren moet.

we invent anew
by surrounding ourselves with the original circumstances, we invent anew (..) 
(ralph waldo emerson, ‘history’)

zonlicht duwt zichzelf door de mist. mijn boek weerspiegelt de lucht en kleurt blauw.

i admire the love of nature in the philoctetes. in reading those fine apostrophes to sleep, to the stars, rocks, mountains, and waves, i feel time passing away as an ebbing sea. i feel the eternity of man, the identity of his thought. the greek had, it seems, the same fellow-beings as i. the sun and moon, water and fire, met his heart precisely as they meet mine. then the vaunted distinction between greek and english, between classic and roman schools, seems superficial and pedantic. when a thought of plato becomes a thought to me,—when a truth that fired the soul of pindar fires mine, time is no more. when i feel that we two meet in a perception, that our two souls are tinged with the same hue, and do, as it were, run into one, why should i measure degrees of latitude, why should i count egyptian years? (ralph waldo emerson, ‘history’)

*

overrompelend licht.
zoveel.
bijna alsof nieuw en onverwacht.

gezien: puttertjes, staart- kool- en pimpelmezen, buizerds, nog meer bonte spechten. kuif- en wilde eenden.

aangeraakt door de schaduwen van honderden takken, bomen.

plukken mos op de grond onder volwassen eiken. oranje en groene stippen op jonge, oude bomen, een taal onbegrijpelijk. ik wil weg kijken.

*

meadowlark sings and i 
greet him in return
, mary oliver:

Meadowlark, when you sing it's as if
you lay your yellow breast upon mine and say
hello, hello, and are we not 
of one family, in our delight of life?
You sing, I listen.
Both are necessary
if the world is to continue going around
night-heavy then light-laden, though not
everyone knows this or at least
not yet,

or, perhaps, has forgotten it
in the torn fields,

in the terrible debris of progress.

*

voorzichtig wiegende takken.
nieuwe lange schaduwen maar nu wijzend richting het noordoosten.
(alles hunker naar licht. hunkert ongemakkelijk naar licht.)

de verandering van buiten volgens licht.
zachter weidser.
de wolken roze.
vogels thuis.

*

these things matter.

to live to read to write; to write to read to live; to read to write to live; to write to live to read; to read to live to write; to live to write to read.

2/1

tomorrow i will turn thirty-seven.
yesterday a new year began.

today. there's light in the sky, and there are clouds. there's wind. there are birds. the air is cold. clouds faraway, above friesland and noord-holland, look like snow. they feather toward heaven.

*

i'm thinking about writing, and reading. how do i do this, i keep wondering. i'm supposed to be a grown up but there's still not a clue in my mind about how to be. i know there is not one way. i know there are multiple ways. the way i am present in this life, this world, however, doesn't feel possible. it feels like there is no way for me to be the dreamer, thinker, reader, writer that i am.

this morning i received a poem in the mail:

Self-portrait I
by Tove Ditlevsen

I cannot:
cook
pull off a hat
entertain company
wear jewellery
arrange flowers
remember appointments
send thank you cards
leave the right tip
hold onto a man
feign interest
at parent-teaching meetings.

I cannot
stop:
smoking
drinking
eating chocolate
stealing umbrellas
oversleeping
forgetting to remember
birthdays
and to clean my nails
telling people
what they want to hear
spilling secrets
loving
strange places
and psychopaths.

I can:
be alone
do the dishes
read books
make sentences
listen
and be happy
without feeling guilty.

the last stanza feels like a prayer, or maybe an affirmation. i can do all those these as well, except the last few lines. be happy without feeling guilty. but maybe, if i keep telling myself i can, that idea will grow in my mind, my soul; perhaps one day i will be able to. that would be nice.

*

i've also been thinking about kate zambreno. about blogging. once again. about the way us humans keep making a bigger mess of this place we call "our world" makes me entirely desperate to save the world from humanity. it is such a strange thing to see people keep wanting more, and more, and more, whine about time, all the while filling agendas, days, months -- their entire fucking lives with nonsense. i recently came across a video about ‘the changing reading brain in a digital culture’, in which a lady called maryanne wolf (i believe she's a neuroscientist) speaks of the way our brain is being influenced/ altered by spending so much time behind/ learning to read via screens. apparently, our brain isn't actually equipped for reading, which is why everybody has to learn to read. by learning to read, we connect certain parts of our brain which results in further cognitive skills which aren't included at birth. skills like critical thinking, reflection.

wolf starts her talk with a few quotes. proust: we feel quite truly that our wisdom begins with that of the author. (..) by a law which perhaps signifies that we can receive the truth from nobodoy, that which is the end of their wisdom appears to us as the beginning of ours.

alberto manguel: reading is cumulative and proceeds with geometric progression: each new reading builds upon what the reader has read before.

these ideas touch upon what excites me about reading, and books, and ideas: the fact that we can ‘go beyond the wisdom of the author’; the fact that we can inhabit ideas, stories, let them simmer in our minds, make connections, analyze both the story and our selves -- it doesn't even have to be a conscious or active process: the words will enter our minds (souls?) and deep down there they will live their own lives: stuff will happen to us, whether we notice these happenings or not.

another quote maryanne wolf shared, words by patricia greenfield:

no one medium can do everything. every medium has its costs and weaknesses; every medium develops some cognitive skills at the expense of others. although the digital medium may develop impressive visual intelligence, the costs seems to be deep processing: mindful knowledge acquisition, inductive analysis, critical thinking, and reflection.

the costs seems to be deep processing.

that sentence scares the shit out of me. how do we live without deep processing?

reading and writing, is the answer. for me, anyway. actual books, made from paper. writing with pens, in notebooks. to live to read to write; to write to read to live; to read to write to live; to write to live to read; to read to live to write; to live to write to read. something like that. i need to do this. to keep doing this. blogging might be the answer.

//